Waarheid en waan, een bezinningstekst voor de eerste week voorafgaand aan Kerst

De mens is een wonderlijke verstrengeling van waarheid en waan.004

 

Eens op een dag, toen Jezus en Lamaas samen op het plein van Jagannath wandelden, zei Lamaas: Mijn joodse meester. Wat is waarheid?

Jezus zei: Waarheid is het enige dat niet verandert. Er zijn in de ganse wereld twee dingen; de ene is waarheid; de andere is waan; en waarheid is dat was IS, en waan is dat wat SCHIJNT te zijn. Nu is waarheid IETS, en heeft geen oorzaak, en toch is zij de oorzaak van alles. Waan is niets, en toch is zij de manifestatie van iets.

Alles wat ooit gemaakt is, zal ongedaan gemaakt worden; dat wat een begin heeft, moet eindigen. Alle dingen die door menselijke ogen gezien kunnen worden zijn manifestaties van iets, doch zijn niets, en moeten dus vergaan.

Alle dingen die wij zien zijn slechts weerkaatsingen, die op een moment verschijnen omdat de ethers zo en zo vibreren, en wanneer de omstandigheden veranderen, verdwijnen ze. De heilige adem is waarheid; is dat wat IS, dat wat was, en eeuwig zijn zal; deze kan niet veranderen noch voorbijgaan.

Lamaas zei: Gij antwoordt juist; maar wat is de mens?

En Jezus zei: De mens is een wonderlijke verstrengeling van waarheid en waan. De mens is de vleesgeworden ADEM; dus waarheid en waan zijn in hem verenigd; en dan worstelen zij, en ‘niets’ gaat onder en de mens als ‘waarheid’ blijft.

Weer stelde Lamaas een vraag: Wat zegt ge van macht?

En Jezus zei: Het is een manifestatie, een uiting. Het resultaat van kracht; het is slechts ‘niets’; macht is een illusie, anders niets. Kracht verandert niet, maar macht verandert zoals de ethers veranderen. Kracht is de wil van God en is almachtig, en macht is die wil in openbaring, gericht door de ADEM.

Er is een macht in de winden, een macht in de golven, een macht in blikseminslag, een macht in de menselijke arm, een macht in het oog. De ethers zijn de veroorzakers van deze machten, en het denken van Elohim of engel, mens, of ander denkend wezen, zijn de krachten die hieraan richting geven; wanneer het werk is verricht, is de macht verdwenen.

Lamaas vroeg verder: Wat kunt ge zeggen over begrip?

En Jezus zei: Dit is de rots waarop de mens zichzelf opbouwt. Het is de gnosis van het ‘iets’ en van het ‘niets’, van waan en van waarheid. Het is de kennis van het lager zelf; de gewaarwording van de machten van de mens zelf.

Opnieuw stelde Lamaas een vraag: Wat kunt ge me zeggen over wijsheid?

En Jezus zei: Het is het bewustzijn dat de mens ‘iets’ is; dat God en mens één zijn. Dat niets is niets; dat macht slechts een waan is; dat hemel en aarde en hel niet boven ons, rondom ons, beneden ons zijn, maar in ons; die in het licht van iets niets worden, en God alles is.

Bron: Aquarius Evangelie, hoofdstuk 22