Sint Jan (24 juni) en Kerst (24 december): polariteiten in de tweevoudige Christusimpuls in de kringloop van het jaar, zoroastrisch en boeddhisch

Het is bijzonder om te zien hoe de ademhaling van de aardeziel in het aardelichaam de Christusimpuls tweevoudig werkt: met kerstmis werkt de dionysische- of boeddhische Christusimpuls in het hart van de aarde en in het hart van de mens. Met Johannes (24 juni) werkt de apollinische of zoroastrische Chistusimpuls als de geest van verlichting uit de hemelse gebieden.

Met Johannes is de Christusimpuls uitgebreid in de sterrenwereld of in de hemelen van de engelhierarchieën en wordt daar door hen bevrucht. Met kerst is de Christusimpuls geheel verinnerlijkt in de aarde en legt de hemelse inspiraties van de engelhierarchieën als kiemkrachten in de aarde. Zo verbindt de Christus als de Heer van de Aarde in een levende en in de tijd bewegende lemniscaat hemel en aarde.

Dit betekent dat je in de christelijke ontwikkeling, mystiek en extase, die in het boeddhische India en het zoroastrische Perzië nog gescheiden waren, in de wisseling van de seizoenen kunt verbinden.

Mystiek betekent eigenlijk dat de ziele-diepten in de sterke doordringing van de ziel in het lichaam, zoals de aardeziel in het aardelichaam met midwinter, ervaren worden.

Extase als geestelijk schouwen betekent dat de geestziel van de mens enigszins uit het lichaam is getreden, zoals de aardeziel met midzomer. Met kerst kun je het sterkst komen in de verinnerlijking om het tere liefdelicht van Christus in de eigen ziel te ervaren en met Johannes kun je het sterkst komen tot het vergeestelijkte denken in imaginatie, inspiratie en intuïtie, om daardoor de verlichting of het hemelse vuur van de Parakleet te kunnen ontvangen.

In de christelijke ontwikkeling zijn ze ook in het hele jaar in verbinding met elkaar te beleven. Dat betekent dat je door het verloop van het jaar, door het verschil hoe de Christusimpuls werkt, op verschillende wijze zou moeten mediteren: met kerst gericht op de diepten van de ziel en met Johannes gericht op de verten van de geest.

Zo zouden we de geestelijke betekenis van de dertien heilige nachten vanuit de Christusimpuls kunnen verwoorden: door de zoroastrische Christusimpuls in de uitgeademde aardeziel met Johannes, werden in de hemelsferen van de negen hierarchieën de geestelijke krachten opgenomen die door de boeddhische Christusimpuls in de ingeademde aardeziel tijdens de dertien heilige nachten de kiemkrachten in de diepten van de menselijke ziel vormen voor een hogere ontwikkeling van de mens voor het komende jaar.

Hier is werkelijk sprake van een levende Christusimpuls die ook zichzelf vernieuwt: de zoroastrische Christusimpuls neemt de hemelse krachten op die in de boeddhische Christusimpuls in de menselijke ziel kunnen doorwerken om de geestelijke verlichting in de toekomst weer mogelijk te maken.

Vroeger werd door de ingewijden beleefd dat de midzomer ‘de zon van het middernachtelijk uur’ of de geestelijke zon als een samenvatting van de engelhiërarchieën en in de hemel was en dat deze met midwinter in de aarde is. De druïden hebben met midzomer extatische dansfeesten gehouden om zich met Lugh, de geest van de zon, te kunnen verbinden.

Met midwinter kenden zij de ’chtonische mysteriën. Dan was het mogelijk geestelijk af te dalen in de aardediepte om daar tot wijsheid over de natuur te komen. Door de komst van Christus naar de aarde, is Christus de geest van de aarde geworden.

 

600 De twee Jezuskinderen en Johannes de Doper Lucaskind en Mattheüskind

Christus was het eigenlijke wezen van ‘de zon van het middernachtelijk uur’ en is door het Mysterie van Golgotha het Licht der Wereld geworden. Dit betekent dat met Johannes, als de Christusimpuls vanuit de aarde uitstroomt in de kosmos, het ‘wezen van de zon van het middernachtelijk uur’ zich weer verbindt met de levende engelhierarchieën in de aarde, maar sinds het mysterie van Golgotha is het levende wezen van de ‘zon van het middernachtelijk uur’ levend in de aarde aanwezig.

Het wezen van zon doordringt en omhult nu werkelijk de hele aarde, om met hulp van de mensheid de aarde tot de zon te kunnen transfigureren. Doordat de Christus met midwinter het wezen van de ‘zon van het middernachtelijk uur’ in de de aarde zelf is geworden, kan de boeddhische Christusimpuls die in de Wereldziel (en daardoor in iedere menselijke ziel) doorwerkt, de geestelijk-morele krachten van de engelenhiërarchieën in de dertien heilige nachten aan de menselijke ziel ten grondslag leggen.

Bron: ‘Wie denken de mensen dat ik ben. Christologie van de liefde’ van Ronald van Vliet, hoofdstuk 17