Rudolf Steiner over Kerstmis: geschiedenis en esoterische betekenis

In het christendom zelf is het kerstfeest als zodanig pas sinds de vierde eeuw van onze jaartelling opgevat als symbool voor de geboorte van de christelijke verlosser. In de eerste eeuwen van het christendom werd de 25e december helemaal niet als de geboortedag van het christendom gevierd. Pas in de vierde eeuw werd deze datum zo opgevat.

Maar in het Romeinse Rijk vierde men in die tijd tóch een feest, een feest dat in dezelfde tijd ook werd gevierd bij de oude Keltische en Germaanse volkeren, en met soortgelijke gedachten ook reeds in het oude Egypte en nog in verschillende andere streken. Wat men toen vierde was nog iets iets anders: de overwinning van de zon op de machten van de natuur die haar weerstreven. Pas in de vierde eeuw werd het in verband gebracht met de geboortedag van de grondlegger van het christendom.

Nu zou men daaruit de gevolgtrekking kunnen maken, dat de christelijke kerk iets had gedaan dat historisch tegen alle traditie inging, en als het ware iets wilde corrigeren. Maar dat is niet zo. Wie de betekenis van het kerstfeest werkelijk begrijpt, die onderkent dat er een oeroude wijsheid in zo’n feest ligt.

Feesten als het kerstfeest, het paasfeest en het pinksterfeest zijn niets anders dan tijdstippen die onze voorvaderen, onze voorouders hebben vastgelegd en waarmee zij ons, hun nakomelingen, hebben laten zien hoe hun opvatting was van de verhouding van mens en wereld en van de grote geheimen van het bestaan. Wie het schrift kan ontcijferen dat in de grote feesten is vastgelegd, wie de hiëroglyphen kan ontcijferen die de tijd zelf ons toont, die werpt een blik in diepe, veelbetekenende mysteriën van de gehele menselijke ontwikkeling.

In de vierde eeuw ontstond een mogelijkheid die er voordien niet was geweest, namelijk dat de mens het licht in zichzelf geboren kon laten worden. Hij kon dat omdat het lichtbeginsel voor het eerst in een mens was geïncarneerd. Doordat dit had plaatsgevonden was als noodzakelijk gevolg het feest van de winterzonnewende in verband gebracht met met het kerstfeest.

Vroeger hadden de mensen de wijsheid en het licht van buiten ontvangen, maar nu moet het licht van het eigen hart van de mens worden voortgebracht. Daarom moest ook de gebeurtenis in Palestina plaatsvinden, een mystiek gebeuren en een historisch feit. Wij hebben dus te maken met een historisch feit, en dat is juist het grote mysterie dat men zo slecht begrijpt: dat dat wat zich in Palestina heeft afgespeeld, zich letterlijk zo afgespeeld heeft als het in het evangelie volgens Johannes beschreven is, en dat het tegelijkertijd een mystiek feit is.

Wie dit niet zo opvat, die begrijpt dit gebeuren nog niet. Maar als u het zo opvat, dan zult u ook begrijpen waarom men zich van dit ogenblik af God als persoon moet voorstellen en dat men zich de drie-eenheid die men zich vroeger anders voorstelde, nu in de vorm van drie goddelijke personen moet voorstellen.

Christus was nu mens geworden, en daarmee was het bewijs geleverd dat het goddelijke in de mens verwerkelijkt kan worden. Daarmee was voor het eerst een mens op aarde verschenen in wie het goddelijke kon wonen. En dat kan voortaan een blijvend, een nooit meer te vernietigen ideaal voor de mensen worden.

Alle vroegere grote wijsheidsleraren – de Egyptische Hermes, de oude Indische risji’s, de Chinees Confucius, de Zarathoestra van de Perzen – zij hebben het woord van het goddelijke gesproken, zij waren de grote leraren. In Jezus, die de Christus was, is voor het eerst het goddelijke zelf over de aarde gegaan.

Vroeger hadden wij op aarde alleen de weg en de waarheid. Nu hebben we de weg, de waarheid en het leven. Dat is het grote verschil tussen de oude religies en het christendom, dat het laatste de vervulling van de voorgaande religies is, dat men bij de Christus niet te maken heeft met een wijsheidsleraar – want wijsheidsleraren zijn er ook in alle andere religies – maar met een menselijke persoon die tegelijkertijd als goddelijk persoon vereerd moet worden.

Daarom is de boodschap van de discipelen zo belangrijk: Wij hebben de handen in zijn wonden gelegd, wij hebben zijn boodschap gehoord. Vandaar ook het bouwen op wat het oog zag, op de directe zintuiglijke indruk; dat men niet alleen naar het woord moest luisteren, maar ook naar de mens moest zien. En vandaar ook de overtuiging dat hij de Zonneheld bij uitstek was.

Als wij dat begrijpen, dan begrijpen wij ook dat het oude feest van de winterzonnewende vroeger iets anders betekend heeft dan het tegenwoordige kerstfeest. In Egypte vinden wij Horus, Isis en Osiris, het oerbeeld van wat ook in het christendom leeft. In het oude Indië hebben wij de geboorte van Krishna uit de heilige maagd. Overal treffen wij overeenkomsten met deze mythe aan. Maar waar het bij het christendom op aan komt, is de omstandigheid dat niet slechts de drieheid, maar de vierheid heilig is geworden, dat het heilige is afgedaald tot in de mens.

Vroeger was het heilige goddelijk en troonde in onbereikbare hoogte boven de mensen. De oude wijsheidsleraren, de heilige risji’s, vereerden het als het onbestemde,vindt uit te spreken Brahman. De leerlingen van Zarathoestra zagen het in de tweevoudige uitdrukking van goed en kwaad. In Egypte kent men de drieheid Isis, Osiris en Horus – maar dat het goddelijke te midden van de mensen heeft gewoond, dat het mens is geworden, dat is het geheim van de vierde cultuurperiode.

Dat is de belangrijkste gebeurtenis van ons wereldtijdperk, dat het kerstfeest, dat altijd het beeld is geweest van de geboorte van een ingewijde, nu de geboorte van de grootste Zonneheld, die van de Christus, zélf symboliseert. Zo zien we dat deze twee dingen noodzakelijkerwijs in de loop van de wereld samenvallen.

Voor de christen is het kerstfeest niet iets dat voorbijgaat, niet een herinneringsfeest aan dat wat voorbijgegaan is, want het vers voor Kerstmis luidt niet: Christus werd geboren, of Christus was geboren, maar ze luidt: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here’ (Lucas 2:11). Er wordt steeds over ‘heden’ gesproken. Dat is belangrijk en van veel betekenis. Over ‘heden’ wordt gesproken in de zin zoals Christus zelf gesproken heeft: ‘En zie, ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld’ (Matthéüs 28:20).

Dat is iets dat elk jaar opnieuw voor ons staat en ons de samenhang tussen mens en hemel onthult. Dat laat ons zien dat zich ook in de mens moet voltrekken wat zich in de hemel voltrokken heeft. En als zoals de zon geen centimeter van haar baan zou kunnen afwijken zonder verwarring te stichten, zo moet ook de mens zich aan zijn weg houden. Hij moet die innerlijke harmonie, dat innerlijke ritme vinden waarvan Christus, die in Jezus geïncarneerd was, het voorbeeld geeft.

Dat is het verband tussen mens en hemel: de zon moet niet alleen standvastig haar loop van de hemel volbrengen en bij de winterzonnewende nieuwe krachten krijgen, zij moet ook in de mens de geboorte van het licht uit zijn diepste innerlijk bewerken, een opstanding, een zonneheldendom.

Daarom luidt de kerstspreuk ook: ‘Gloria in excelsis Deo, et in terra pax hominibus bonae voluntatis’. Dat betekent: ‘Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens’ (Lucas 2:14).  De innerlijke vrede zal ook de mensheidsevolutie een ritmisch verloop geven, zoals de zon haar eigen loop in een regelmatig ritme heeft gebracht.

In de zon hebben wij een beeld van de eeuwige kringloop van de kosmos. Zij heeft de chaos in zichzelf overwonnen en tot vrede gebracht. In de zon hebben wij een beeld van de eeuwige kringloop van de kosmos. Zij heeft de chaos in zichzelf overwonnen en tot vrede gebracht. In deze zin is het kerstfeest een feest van vrede, waar ook een stemming van vrede en harmonie moet uitgaan. Het zal dan op de juiste wijze gevierd worden als de kracht van vrede en harmonie er van uit zal gaan.

Met de kerstklokken horen wij niet alleen kerkelijke geluiden, wij horen daaruit ook de klanken van de gehele strevende mensheid die aan de huidige cultuur en haar verdere ontwikkeling werkt, en gewerkt heeft sinds de aarde met haar spiritualiteit weer uit de grote koude te voorschijn komt.

De hemelse harmonieën spreken werkelijk tot ons als wij begrijpen waarvan het kerstfeest een uitdrukking is. Zó vast is elk feest van het jaar in de oeroude wijsheid gegrondvest. Deze feesten zijn niet bij toeval vastgesteld, niet uit willekeur voortgekomen, maar ze zijn uit de diepste wijsheid van de wereld geput, en wie ze werkelijk begrijpen en met volledig begrip vieren kan, die vindt daarin de tekens van de oeroude wijsheid voor hetgeen van het begin af geschied is en tot in de toekomst geschieden zal.

Daardoor krijgen de feesten een nieuwe betekenis; ze hebben dan niet meer de conventionele betekenis die ze voor velen alleen nog maar hebben. De grote wereldwaarheden zo lezen, betekent de wereldbeelden op de juiste wijze vieren. Met het hart, met het verstand, met het gevoel leest u de waarheden van de hemel als u de grote wereldbeelden viert. Dan worden ze ook echt weer uit de geest gevierd, dan hebben ze ook weer betekenis voor de mensheid.

De geesteswetenschap bestaat niet uit louter abstracte gedachten, uit een netwerk van dogma’s. Zij heeft een grote taak en een wereldopdracht, om dat wat de mensheid vergeten heeft weer tot leven te wekken, en weer het vuur te ontsteken uit wat ons door onze voorouders gegeven is. Dan zal er ook een einde komen aan het egoïsme van de mensen.

De mensen zullen leren in de universele geest van wereld te leven. Dat is de wijsheid, die, naast veel meer, van de geesteswetenschap uitgaat, en die is in de goede zin van het woord praktisch; zij geeft ons innerlijk houvast en hoop. En daarom zal de stemming van vrede en vertrouwen in de geest, die van het kerstfeest uitgaat, de ziel van degene die naar spirituele kennis streeft in al haar diepen kunnen vervullen.

De verheven geestelijke leiders van de mensheid hebben in oertijden ooit zelf dit feest ingesteld. Laten wij ons dat als echte kerstwijsheid nu voor ons innerlijk oog plaatsen: mensenbroeders die ons ver voor zijn in hun ontwikkeling zijn de leiders van de spirituele beweging, hoog ontwikkelde mensenbroeders die er al waren bij het begin van het vijfde wereldtijdperk, toen de grote wereldfeesten vastgelegd werden, en die ons ook nu als de grote leraren van de mensheid dergelijke waarheden weer onthullen.

Zij geven ons de wijsheidsleren niet op grond van speculatie of eigen mening, maar omdat ze erbij waren toen de dingen geopenbaard werden. Zij hebben de vrede voorbereid die eens over de mensheid zal uitstromen, en zij hebben in de feesten de heilige schrifttekens vastgelegd waaruit wij de boodschappen vrede moeten lezen, de boodschap van de innerlijke zaligheid die door de geesteswetenschap weer ons deel zal worden.

De mens leeft naar een toekomst toe waarin het licht in hem geboren moet worden, waarin een veelbetekend woord door een ander moet worden afgelost; waarin niet meer geldt ‘dat de duisternis het licht niet meer kan begrijpen’, maar waarin de waarheid door de hele wereld zal klinken en de duisternis het licht, dat ons in de ster van de mensheid tegemoet straalt zal begrijpen; waarin de duisternis zal wijken en het licht begrijpen, dat wil zeggen: de duisternis zal door het licht gegrepen worden. En dat moeten wij uit het kerstfeest in ons innerlijk horen klinken.

Dan zullen wij het kerstfeest in zijn diepe oeroude betekenis pas weer echt kunnen vieren, want dan wijst het er ons op dat uit het innerlijk van de mens het geestelijke zal opglanzen en uit zal stralen naar de gehele wereld. En wij zullen het kerstfeest kunnen vieren als het feest van het hoogste ideaal van de mensheid. Het zal dan weer betekenis voor ons krijgen, het zal weer in onze ziel gaan leven.

In onze ziel zal het feest van de heilige nacht het vreugdevolle vertrouwen doen ontstaan: ja, ook ik zal eens in mijn innerlijk beleven wat men de geboorte van de hogere mens moet noemen, ook in mij zal de geboorte van de Heiland, de geboorte van de Christòs plaatshebben.

BRON: Tekens en symbolen van het kerstfeest van Rudolf Steiner, gebaseerd op een lezing in Berlijn in 1904