Nico ter Linden over de wording van Jezus volgens het kerstverhaal van Matthéüs in ‘Het verhaal gaat …’

Nico ter Linden het verhaal gaat Mattheus kerstverhaal geboort Jezus .024

De wording van Jezus Messias geschiedde aldus: terwijl zijn Moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, nog voor zij gemeenschap hadden gehad, zwanger te zijn uit de heilige Geest.

Een nieuwe versie van een oud motief. In de verhalen van Genesis kunnen Israëls onvruchtbare aartsmoeders slechts door Gods genade zwanger worden en een zoon baren. Zo beelden die verhalen Israëls geloof uit dat het heil geheel en al van gene zijde komt en dat de Eeuwige dood in het leven kan doen verkeren.

Later keert dit motief terug: steeds wanneer Israëls geschiedenis scharniert en er door de genade Gods een nieuw hoofdstuk aanbreekt, wordt ons verteld van een onvruchtbare vrouw die nochtans een kind ter wereld brengt. Het zal een kind zijn dat een sleutelrol vervult in de overgangsperiode die nu een aanvang neemt.

Simson wordt uit een onvruchtbare vrouw geboren en de tijd van de richteren breekt aan, de mannen die Israëls vrijheid bevochten. Samuël wordt uit een onvruchtbare vrouw geboren en zij zal de eerste van Israëls koningen zalven. Matthéüs kan er niet omheen: nu de tijd van de messias aanbreekt, moet daar ook een wonderbare geboorte aan voorafgaan, alleen zo kan hij uitbeelden hoe mensen Jezus hebben ervaren: als een geschenk uit de hemel.

Voor welke wonderbare geboorte zal de verteller kiezen? Want niet alleen is hij vanuit zijn eigen traditie vertrouwd met het thema van de onvruchtbare moeders. De hellenistische cultuur van die dagen kent een verwant motief: van keizers, koningen en andere heldengestalten wordt niet zelden verteld dat zij uit een maagd werden geboren, door de godheid verwekt.

De evangelist Matthéüs kiest in zijn kerstverhaal voor deze mogelijkheid: in zijn evangelie zal Jezus uit een maagd worden geboren en zal niet Jozef, maar God de verwekker zijn. Voor joodse oren niet zo’n vreemde gedachte. Wordt Israël in de Schriften niet Gods Zoon genoemd. Gods dierbar kind, vrucht van zijn verlangen? En wordt ook Israëls koning niet Gods zoon genoemd? Wanneer in Israël een koning zijn troon bestijgt, weerklinken immer de godswoorden uit die oude koningspsalm: ‘Mijn zoon zijt gij, ik heb u heden verwekt.’

Zoals in den beginne de Geest van God over de wateren zweefde, zo zal nu, bij dit nieuwe begin, de Geest van God vrouwe Israël overschaduwen. De eeuwige zal de verwekker van Jezus zijn. Jezus, de zoon van Abraham, de zoon van David, zal ook Zoon van God zijn. Was hij niet sprekend zijn Vader?

Het was wel zo prettig geweest wanneer de engel dat ook even aan Jozef gemeld had, want die raakte nu ontsteld toe hij vernam dat Maria, zijn ondertrouwde vrouw, zwanger was. Moest hij wraak nemen en haar publiekelijk van overspel betichten?

Jozef, haar man, was een rechtvaardig mens en hij wilde haar niet te schande maken. Daarom besloot hij haar heimelijk los te laten.

Een rechtvaardige is hij, een tsaddiek, een man naar Gods hart. Maria’s ontrouw is uiteraard een klap in zijn gezicht, maar hij slaat niet terug, hij nagelt haar niet aan de schandpaal. Liever doet hij er het zwijgen toe. Maria en zij, zij zullen in stilte uiteengaan.

Nee, dat zullen zij niet. De hemel verhoede dat zij uit elkaar zullen gaan, en de hemel verhoedt het ook, want er komt onmiddellijk een engel aangevlogen om tekst en uitleg te geven en om ervoor te zorgen dat Jozef het vaderschap op zich neemt. Dit kind moet in het huis van David worden geboren.

Zie, de engel des Heren verscheen.

In de ouverture en in de finale van het evangelie van Matthéüs vliegen de boden Gods af en aan. Als Jezus nog niet kan spreken en als Jezus niet meer kan spreken, zorgen engelen voor woorden uit den hoge; in de verhalen ertussenin doe Jezus dat zelf. In Israëls verhalen beelden de engelen de verbindingslijnen tussen hemel en aarde uit. Engelen bestaan voor de mensen voor wie die verbindingslijnen bestaan.

Zie, de engel des Heren verscheen Jozef in een droom.

God geeft het zijn beminden in de slaap. De Eeuwige wil zich nogal eens in dromen openbaren en net als Jozefs naamgenoot uit lang vervlogen dagen is ook deze Jozef een meesterdromer. Heeft Matthéüs Jozef daarom deze naam gegeven of droomt Jozef zoveel omdat hij deze naam draagt? Hoe het ook zij, de eerste zorg van de engel is dat Jezus in het huis van David geboren wordt, en als zoon van David wordt de dromer dan ook aangesproken.

‘Jozef, zoon van David, vrees niet om Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want het in haar verwekte is uit de heilige Geest.’

Het kind man niet in het geheim geboren worden, geen bastaard is hij maar een koningskind. Jozef zal Maria openlijk tot zich nemen en het kind zal openlijk het licht zien in het huis van David, de koning. Jozef doet wat van hem gevraagd wordt. Hij is een rechtvaardige.

De tweede zorg van de engel is dat Jozef de naam over het kind uitroept, want zo wil et Israëls verhaaltraditie: de vrouw brengt een mensenkind ter wereld, de man roept de naam over het kind uit.

‘Vrees niet om Maria, je vrouw, tot je te nemen. Zij zal een zoon baren, en jij zult zijn naam roepen: Jezus, God redt. Want hij zal zijn volk redden van hun zonden.’

Jezus. Jehoshua. Jozua. Naamgenoot zal hij zijn van de man die als eerste van het godsvolk het beloofde land is binnengegaan. Een bevrijder zal hij zijn, die de zijnen redt van alle ellende waarin de zonde hem brengt: knechting, angst en dood.

De messiaanse droom, kortom. Hééft Jezus zijn volk daarvan gered? De gevolgen van de zonde zijn toch niet door zijn komst tenietgedaan? Knechting, angst en dood regeren nog steeds. Waarom heeft Matthéüs Jezus niettemin tot messias uitgeroepen? Velen konden hem daarin niet volgen, en velen kunnen hem daarin niet volgen, tot op de huidige dag.

‘Vrees niet, Jozef. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zei: zie de maagd zal zwanger worden en een zoon baren en de mensen zullen zijn naam roepen Immanuël, hetgeen betekent God-met-ons.’

Dit oude profetenwoord van Jesaja gaat over een jonge vrouw – een maagd zegt de Griekse vertaling – die een zoon zal baren die de naam Immanuël zal dragen: God-met-ons, tastbaar teken Gods in ons midden. Die woorden heeft de profeet eeuwen geleden tot een benarde koning Achaz gesproken. Hij had daarbij kennelijk de vrouw van Achaz op het oog. Hun kind, de kleine Hizkia die geboren wordt, zal als ‘Immanuël’ Achaz tot teken zijn dat Israëels God niet door macht en geweld wil regeren maar op de wijze van een weerloos kind.

Dit oude woord van Jesaja speelt Matthéüs door het hoofd. Het was niet als voorspelling bedoeld, maar voor Matthéüs krijgt het woord een diepe betekenis: God spreekt niet alleen, hij doet ook wat hij zegt. Matthéüs ziet in Jezus de vervulling van Gods belofte aan Israël: alles waar het in Israëls geschiedenis om gaat, heeft in zijn ogen in het koningskind Jezus gestalte gekregen.

Velen hebben dat geloof van Matthéüs beaamd. ‘God heeft naar ons omgezien,’ zeggen ze. ‘Jezus is Immanuël, kind Gods in ons midden.’

Jozef stond op uit de slaap en deed zoals de engel hem geboden had. En hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar totdat zij een zoon gebaard had. En hij riep zijn naam: Jezus.

God heeft zich over Jozef ontfermd, zoals een vader over zijn kind. Nu ontfermt Jozef zich als een vader over het kind en ver de moeder van het kind. Hij doet wat hij doen moet, drievoudig, zorgvuldig en eerbiedig: én hij nam haar tot zich, én hij had geen gemeenschap met haar, én hij riep zijn naam.

Aan het slot van zijn evangelie zal Matthéüs van nog zo’n rechtvaardige vertellen. Ook hij zal Jozef heten en ook hij doet zorgvuldig en eerbiedig wat hij doen moet, drievoudig. In de ouverture is het Jozef van Bethlehem die een weerloos kind in bescherming neemt, in de finale is het Jozef van Arimathea die zorg draagt voor een weerloze dode.

‘En hij rep zijn naam: Jezus’

Naar bijbels besef begint het leven niet bij de eerste ademhaling, je leven begint met het roepen van je naam. Die naam drukt je wezen uit, je roeping, het is je roepingsnaam. Je leeft pas echt wanneer je de naam ontvangt waarmee je in dit leven geroepen kunt worden.

En bijbels gesproken eindigt het leven niet bij de laatste ademhaling. Want het verhaal gaat dat je naam geschreven staat in de palm van Gods hand.

Bron: Het verhaal gaat …2 Het verhaal van Marcus en Mattheüs van Nico ter Linden