Max Heindel over de zending van Christus: de hoogste ingewijde uit het Zonnetijdperk die gebruik maakte van het lichaam van Jezus

De ingewijden zijn voortgeschreden en hebben hogere voertuigen voor zichzelf ontwikkeld. Zodra zij het vermogen om een nieuw, hoger voertuig te gebruiken, verworven hebben, houden zij op nog langer in hun laagste voertuig te functioneren. Gewoonlijk is het laagste voertuig van een aartsengel het begeertelichaam, maar Christus, die de hoogste ingewijde uit het Zonnetijdperk is, gebruikt gewoonlijk de levensgeest als laagste voertuig, die even bewust in de wereld van de levensgeest werkt als wij in de stoffelijke wereld.

De onderzoeker moet dit punt vooral goed in zich opnemen, daar de wereld van de levensgeest de eerste universele wereld is. Het is de wereld waarin afsplitsing ophoudt te bestaan en eenheid als werkelijkheid beseft gaat worden, tenminste voor wat ons zonnestelsel betreft. Christus heeft het vermogen een begeertelichaan, zoals de aartsengelen gebruiken, als laagste voertuig op te bouwen en daarin te werken, maar Hij kan niet lager afdalen. Wat dat betekent zullen wij dadelijk zien.

Jezus behoort tot onze mensheid. Wanneer wij de mens Jezus door middel van het geheugen van de natuur bestuderen, kan hij leven na leven nagegaan worden, overal waar hij leefde onder verschillende omstandigheden, onder verschillende namen, in verschillende levens; in dit opzicht dus gelijk aan ieder ander menselijk wezen. Dit kan met het wezen dat wij Christus noemen, niet gedaan worden. In zijn geval vinden wij slechts één leven.

Toch moeten wij niet denken, dat Jezus een gewoon mens was. Hij was een zeldzaam reine geest, ver verheven boven de grote meerderheid van onze tegenwoordige mensheid. Gedurende verscheidene levens had hij het pad van heiligheid betreden en zich geschikt gemaakt voor de grootste eer die ooit aan een menselijk wezen te beurt viel.

Zijn moeder, de maagd Maria, was ook een voorbeeld van de hoogste menselijke reinheid en werd daarom uitverkoren om de moeder van Jezus te worden. Zijn vader was een hoog ingewijde, rein en in staat de bevruchtingsdaad als een sacrament zonder persoonlijke begeerte of hartstocht te volbrengen.

Zo werd de schone, reine en lieflijke geest die wij als Jezus van Nazareth kennen, in een rein, hartstochtloos lichaam geboren. Dit was het beste lichaam dat op aarde voortgebracht kon worden en op Jezus rustte in dat leven de taak ervoor te zorgen en het tot de hoogst mogelijke graad van volmaaktheid te ontwikkelen, als voorbereiding op het grootse doel dat het wachtte. Jezus werd bij de essenen opgevoed en bereikte gedurende de dertig jaar waarin hij zijn lichaam gebruikte, een zeer hoge trap van geestelijke ontwikkeling.

Wij kunnen hier aan toevoegen, dat de essenen een derde sekte in Palestina vormden, naast de twee die in het Nieuwe Testament genoemd worden – de farizeeën en de sadduceeën. De essenen vormden een bijzonder godvruchtige orde, sterk verschillend van de materialistische sadduceeën en absoluut het tegengestelde van de schijnheilige, naar uiterlijk vertoon neigende farizeeën. Zij schuwden alle ophef, zowel van zichzelf als van hun methoden van studie en eredienst. Aan dit laatste kenmerk is te wijten dat er bijna niets over hen bekend is en dat er in het Nieuwe Testament geen melding van hen wordt gemaakt.

Het is een kosmische wet dat geen wezen, hoe verheven het ook is, in een wereld kan werken zonder een voertuig dat uit materiaal van die wereld is opgebouwd. Daarom was het begeertelichaam het laagste voertuig van die groep Geesten die in het Zonnetijdperk de menselijke trap bereikt hadden.

Christus was één van die Geesten en bijgevolg niet in staat om voor zichzelf een levenslichaam en een grofstoffelijk voertuig op te bouwen. Hij had in een begeertelichaam op de mensheid kunnen inwerken, zoals zijn jongere broeders, de aartsengelen, als rasgeesten deden. Jehova had hun toegang verschaft tot het grofstoffelijke lichaam van de mens door middel van de lucht die hij inademde.

Alle rasgodsdiensten waren godsdiensten van de wet, en scheppers van zonde door ongehoorzaamheid aan die wet. Zij stonden onder toezicht van Jehova, wiens laagste voertuig de menselijke geest is en bracht hem aldus met de wereld van de abstracte gedachte in verband, waar elk ding op zichzelf staat en daardoor tot egoïsme leidt.

Dat is precies de reden waarom de tussenkomst van Christus nodig werd. Onder het regime van Jehova is eenheid een onmogelijkheid. Daarom moest Christus, wiens laagste voertuig de éénmakende levensgeest is, het grofstoffelijke lichaam van de mens betreden. Hij moest als mens onder de mensen verschijnen en in een menselijk lichaam wonen, omdat het alleen van binnenuit mogelijk is de rasgodsdienst die de mens van buitenaf beïnvloedt, te overwinnen.

Christus kon niet in een grofstoffelijk lichaam geboren worden, omdat hij nooit een dergelijke ontwikkeling als het Aardetijdperk had doorgemaakt en dus eerst een grofstoffelijk lichaam zoals het onze, had moeten leren opbouwen. Maar als hij zelfs die kunst had verstaan, dan zou het niet raadzaam geweest zijn voor zo’n verheven wezen om daarvoor de energie, die nodig is voor het opbouwen van een lichaam, gedurende de zwangerschap, kleutertijd en jeugd te verspillen om het pas bij de volwassenheid te kunnen gaan gebruiken.

Gewoonlijk gebruikte hij geen voertuigen meer overeenkomend met onze menselijke geest, ons denkvermogen en ons begeertelichaam, hoewel hij die in het Zonnetijdperk had leren opbouwen en ook het vermogen behouden had om ze op te bouwen en erin te werken wanneer Hij dit wenste of nodig achtte. Hij gebruikte dus al zijn eigen voertuigen en nam alleen het levenslichaam en het grofstoffelijk lichaam van Jezus.

Toen Jezus 30 jaar oud was, trad Christus deze lichamen binnen en gebruikte ze tot aan het hoogtepunt van zijn zending op Golgotha. Na de vernietiging van het stoffelijk lichaam verscheen Christus onder zijn discipelen in het levenslichaam en werkte daarin enige tijd. Wanneer hij wederkomt, zal hij een levenslichaam als voertuig gebruiken, want hij zal nooit meer een stoffelijk lichaam aannemen.

Wij lopen hier eigenlijk vooruit op ons onderwerp wanneer wij erop wijzen, dat het eigenlijke doel van alle esoterische training is om zo op het levenslichaam in te werken, dat de levensgeest opgebouwd wordt en de groei ervan versneld wordt. Wij verzoeken de onderzoeker hier te bedenken, dat een mens verondersteld wordt zijn begeertelichaam tot op grote hoogte overwonnen te hebben, voor hij esoterische kennis nastreeft. Zijn esoterische training en de eerste inwijdingen zijn op het levenslichaam gericht en hebben de bouw van de levensgeest tot resultaat.

Toen Christus het lichaam van Jezus binnentrad, was Jezus een discipel van hoge rang en als gevolg daarvan was zijn levensgeest goed georganiseerd. Zodoende waren het laagste voertuig waarin Christus werkte en het best georganiseerde voertuig van de hogere voertuigen van Jezus, gelijkwaardig, zodat Christus, toen hij het levenslichaam en het grofstoffelijke lichaam van Jezus aannam, in het bezit kwam van een volledige reeks voertuigen die de kloof tussen de wereld van de levensgeest en de grofstoffelijke wereld overbrugden.

De betekenis van het feit dat Jezus verscheidene inwijdingen had doorgemaakt, ligt in de gevolgen daarvan op het levenslichaam. Het levenslichaam van Jezus was reeds op de hoge trillingen van de levensgeest afgestemd. Het levenslichaam van een gewoon mens zou onder de hevige trillingen van de machtige geest die het lichaam van Jezus binnentrad inmiddelijk ingestort zijn.

Zelfs zijn lichaam, rein en fijnbesnaard als het was, kon die enorme inwerking niet jarenlang verdragen. Als wij lezen hoe Christus zich soms tijdelijk van zijn discipelen terugtrok en hoe hij later over het meer wandelde om zich weer bij hen te voegen, dan weet de esotericus dat hij zich uit de voertuigen van Jezus terugtrok om deze een korte rust te gunnen onder de hoede van de esseense broeders die beter met dergelijk voertuigen wisten om te aan dan Christus.

Deze verandering had de volledige en vrijwillige instemming van Jezus, die gedurende zijn hele leven wist dat hij bezig was om een voertuig voor Christus voor te bereiden. Hij onderwierp er zich met vreugde aan, opdat de gehele mensheid die reusachtige impuls voor haar ontwikkeling mocht ontvangen, in het geheimzinnige offer op Golgotha.

Jezus Christus bezat twaalf voertuigen die een onafgebroken keten van de stoffelijke wereld tot voor de troon van God vormden. Daarom is hij het enige wezen in het heelal, dat zowel met God als met de mens in verbinding staat, die in staat is als bemiddelaar op te treden, omdat hij persoonlijk en alleen alle toestanden ervaren heeft en elke beperking kent, die aan het stoffelijke bestaan eigen is.

Onder alle wezens in alle zeven werelden is Christus uniek. Hij alleen is in het bezit van de twaalf voertuigen. Niemand behalve hij is in staat een zodanig mededogen te voelen en zo volkomen de omstandigheden en noden van de mensheid te begrijpen; niemand behalve hij is bevoegd om de hulp te brengen, die volkomen onze noden zal verlichten.

Nu kennen wij dus de eigenschappen van Christus. Hij is de hoogste ingewijde uit het Zonnetijdperk en hij gebruikte het grofstoffelijk lichaam en het levenslichaam van Jezus om rechtstreeks in de stoffelijke wereld te kunnen werken en als mens onder de mensen te verschijnen.

Bron: De wereldbeschouwing der rozenkruisers van Max Heindel