Kerstmis en de andere drie grote jaarfeesten in de kringloop van het jaar volgens Omraam Aïvanhov

Zoals de ruimte, heeft de tijd eveneens vier belangrijke punten die in de loop van het jaar de beide equinoxen en de twee zonnewenden zijn. Op 21 december vindt de winterzonnewende plaats, waarover de aartsengel Gabriël regeert. En op 25 december wordt met het feest van Kerstmis een geboorte gevierd, dat wil zeggen, een concretisering, een afdaling in de materie.

De aartsengel Gabriël begeleidt de krachten die het vermogen hebben om de materie te verdichten. Daarom is hij in de sephirotische boom de aartsengel van Jesod, het gebied van de Maan. In tegenstelling tot de Zon, die doet uitzetten, verspreidt en verdeelt, drukt de Maan samen, doet krimpen en verdichten; als zij daarin niet door andere invloeden tegengehouden werd, zou ze elk leven in de planten, de dieren en de mensen verstenen.

De Ingewijden die thuis zijn in deze wetenschap, proberen deze periode van de winterzonnewende te gebruiken om hun ideeën, hun plannen te concretiseren, want dit is het moment waarop een geboorte op aarde plaatsvindt.

De andere voornaamste feesten stemmen overeen met andere processen: Pasen met een wederopstanding, Sint-Jan met een ontbranding en vuurgloed, Sint-Michaël met een loslaten. Het feest van Kerstmis staat juist in verband met een incarnatie, en daarom laat de traditie de geboorte van Christus, in de persoon van Jezus, in de winter plaatsvinden.

Kerstmis en Pasen, de geboorte van Jezus die bij het begin van de winter, en de verrijzenis die in de lente gevierd wordt, vertegenwoordigen twee bladzijden uit het grote Boek van de natuur. Het is mogelijk dat deze gedachte veel christenen ergert, maar in plaats van zich te ergeren, zouden zij beter nadenken.

Degenen die de data van deze feesten heel lang geleden hebben vastgesteld, waren mensen die een grote kennis bezaten omtrent de relaties tussen de natuur en de menselijke ziel. Zij hadden diepgaand over het leven van Jezus en zijn leer gemediteerd en hadden begrepen dat er, door zich te identificeren met het kosmische principe van Christus, in hem een ideaal samengaan was ontstaan tussen het spirituele leven en het leven van de natuur, het leven van het universum.

Het christendom heeft, doordat het zich zoveel mogelijk wilde onderscheiden van het heidendom – dat zich kenmerkte door de cultus van de krachten van de natuur – de levende banden met het universum doorgesneden. Daarom is het nu nog zo dat de christenen de diepe zin van hun godsdienst niet helemaal begrijpen.

Alleen enkele ingewijden, die de ware kennis van de symbolen bezitten, zien in de geboorte en de verrijzenis van Jezus processen die verband houden met het kosmische leven en die dus een universele draagwijdte hebben.

Tekst van Omraam Aïvanhov