Kerst-overweging van Jacob Boehme over Herodes als vijand van de ziel: vervolging en verzoeking

Er moet geworsteld worden totdat het duistere, harde, gesloten centrum openspringt en de vonk in het centrum slaat, waaruit weldra de edele leliëntwijg (als uit een goddelijke mosterdzaad, gelijk Christus zegt) uitgroeit.

Het ernstige gebed met grote deemoed en met de eigen rede moet een wijle dwaas zijn, zichzelf daarin dwaas zien, totdat Christus een gestalte in deze nieuwe menswording verkrijgt.

En dan, wanneer Christus geboren wordt, komt dra Herodes en wil het kindeke doden en zoekt het, uiterlijk met vervolging, innerlijk met verzoeking, of deze leliëntwijg sterk genoeg zal zijn om het rijk van de duivel, dat in het vlees openbaar is, te verbreken.

Deze slangenvertreder wordt voorts in de woestijn geleid, nadat hij te voren met de Heilige geest gedoopt is. Hij wordt verzocht, of hij in de gelatenheid in Gods wil blijven wil. Het moet zo vast staan, dat hij op staande voet al het aardse, ja ook het uiterlijke leven terwille van het kindschap verlaat.

Bron: Levend in de Eenvoud van Christus, bloemlezing met gedeelten uit geschriften van Jacob Boehme

Jacob Boehme kerst-overweging Christus en Herodes 570