Kabbalistische duiding van het het kerstverhaal over de geboorte van Jezus door André Peters

Wanneer de mens rijp wordt voor de mysteriën van de Kabbala, kan men spreken van zijn innerlijke geboorte. Wanneer de mens een innerlijke geboorte beleeft, maakt hij mee wat in de Evangeliën genoemd wordt: het Bethlehem-gebeuren.
Het is zeer boeiend om kabbalistisch na te gaan, hoe bijvoorbeeld in Lukas dit alles beschreven is. Palestina kent zijn vier provinciën; de vier provinciën corresponderen met de vier werelden van de Kabbala.

innerlijke geboorte in de mens die rijp wordt voor de kabbalaDe hoogste provincie, de goddelijke wereld, staat gelijk met Arameia; het Aramees is de taal waarmee álle inwoners van de drie provinciën elkaar kunnen verstaan. In Arameia ligt het meer ‘Kadosh’, het heilige meer, de grote ‘wateren’ van de Wereldmoeder.

Galilea correspondeert met de lichtwereld, de wereld van de oertypen. Merk nu, dat de engel verschijnt in Nazareth, in Galilea. In Galilea wordt de geboorte aangezegd, daar daalt de hoge geest in. Maar Maria reist voor de volkstelling uit Galilea naar Judea. Judea is de lijfelijke wereld die correspondeert met Assiah, de vormwereld.

Maria reist naar Bethlehem; ‘Beth’ is het huis, ‘Laim’ is ‘van broden’. Het huis waar het Manna, het levensmanna is neergedaald. Dáár wordt de Verlosser geboren. Hij incarneert dus in het meest lijfelijke. Hij daalt neer van de aanzegging in Galilea tot in de stad van David, die ligt bij de Dode Zee.

Daar waar de Shekinah het diepst indaalt, wonen de Essenen, de meest mystieke Orde, waarvan Jezus van Nazareth deel zal uitmaken in het klooster van Engadi aan de Dode Zee, het zoutmeer in Judea.

De tocht van de ‘Tectoon’, van de ‘bouwer’ Jozef uit Galilea naar Judea, omdat hij uit Davids geslacht is, laat zien, dat hij deelneemt aan het Karma van de mensheid.

De Engel kondigt de Christusgeest aan als Leider van de aarde, met de woorden:  ‘De Heer God zal hem de Troon van zijn Vader David geven en hij zal over het huis van Jakob voor altijd regeren en aan Zijn koninkrijk zal geen einde komen.’

Hier ziet men de voorspelling van de Kabbala bewaarheid, dat het huis van Jakob, de mensheid dus, een duurzame koning en leider zal krijgen als zij nu definitief gaat opstaan uit haar misère en versplintering.

Als Jezus geboren wordt is er geen plaats voor Hem in deze wereld. De hotels zijn vol voor de volkstelling, die Ceasar Augustus heeft uitgeschreven onder Cyrenius, de gouverneur van Syrië. Hij wordt geteld en gewogen. Hij schaart zich, hoewel hij komt met deze grote missie, onder het Karma van de wereld.

Schaapherders houden de wacht, zij zijn de ‘bewaarders van Israël’. Zij zijn in het veld, dat is dus in de openheid, in de natuur nog verbonden, en zij waken ‘s nachts, dat wil dus zeggen: over hun ziel. Zij waken over hun schapen.

‘Een engel des Heren‘ verschijnt hun, want zij zijn nog verbonden met de boodschappers en zijn hun instrument. Dan staat er, dat de glorie van de Heer rond hen scheen. Zij stralen dus hun licht uit en de Goddelijke Gratie daalt op hen neer.

Er staat dat zij bevreesd waren; het visioen overweldigt hen, zij achten zich niet rijp voor een innerlijk geestelijk gezicht. Maar dan spreekt de Engel: ‘Vrees niet, ik breng een blijde tijding, een ‘eu-Anglion’. Dit is de zin dus van de nieuwe geestelijke geboorte van het innerlijke licht in de mens. Daarom staat erbij: ‘Deze tijding is voor álle mensen.’

Schaapherders vormen de symbolen van mensen niet alleen die verlicht geworden zijn, maar die schuldeloos zijn; een schaapherder leeft schuldeloos in de natuur. De redder wordt geboren in de stad van David en als er geen plaats voor hem is in een hotel, ziet men in de Heilige Schrift staan, dat men teruggaat tot het diepste oervormelijke leven: men gaat naar de stal.

In de stal rust het dierlijke leven van de animale persoonlijkheid volkomen harmonisch. De stier is hier een os, een dienaar, en de ezel is in de mystiek het beeld van de geduldige drager, van de gereinigde persoonlijkheid. Jezus rijdt op een ezel Jeruzalem binnen.

Daar waar tussen de os en de ezel het kruis neerdaalt en een steupunt maakt in de aarde, ontstaat de kribbe, want de kribbe is een horizontaal kruis met een steunbalk op de aarde. Hier wordt ‘het kindeke’ geboren en het wordt gewikkeld in de tere fijne doeken van de nieuwe lichtsubstantie, die van geestelijke aard is.

De geboorte is dus een groot mysterie en het verhaal van de pelgrims, die in-en-uit gaan in de herberg waar geen plaats is, slaat typisch op het hart, waarin alle gevoelens van passie in-en-uitzwerven, totdat er rust komt. Eerst wanneer er rust is, wanneer het animale zwijgt, kan de Christus geboren worden in de onbekendheid van de fysieke wereld.

Dit is de kabbalistische uitleg van het Kerstverhaal, wanneer de Messiah van binnenuit gaat indalen in de mens en geboren wordt in de holte van het hart.

Tekst: ‘Kabbala’ van André Peters