Jezus werd niet geboren uit een maagd, tekst van Hans Stolp uit ‘Jezus van Nazareth. Esoterisch Bijbellezen’.

Hans Stolp over de maagdelijke geboorte.036Wie iets wil begrijpen van het geheim van Jezus van Nazareth, zal een onderscheid moeten maken tussen enerzijds de mens Jezus van Nazareth en anderzijds Christus, de goddelijke geest die hem de laatste drie jaar van zijn leven bewoonde.

Het zijn met name de gnostici, de erfgenamen van de oude mysteriewijsheid, die zeggen dat je pas iets van het geheim van Jezus Christus kunt begrijpen en aanvoelen als je een onderscheid maakt tussen enerzijds de mens Jezus van Nazareth en anderzijds de goddelijke Christusgeest. Zij verwoorden daarmee een inzicht dat leefde in alle christelijke, esoterische stromingen.

Esoterisch Bijbellezen Hans Stolp 570
Jezus was de zoon van Maria en Jozef. Weliswaar zegt de kerkelijke traditie dat Jozef aan de verwekking van Jezus niet te pas gekomen is, en dat Maria maagd was, maar de bijbelse gegevens zijn daar helemaal niet zo duidelijk over als vaak wel gedacht wordt.

Allereerst begint het Evangelie van Mattheus met een geslachtsregister van Jozef. Daarin wordt getoond dat Jezus via Jozef afstamde van Abraham. Ook Lucas geeft een stamboom van Jezus die via zijn vader Jozef loopt. Het zou toch wel heel vreemd zijn om een stamboom van Jezus te geven die niet juist is, omdat Jezus geen kind van Jozef zou zijn en Jozef niet de natuurlijke van Jezus is. Dan had het meer voor de hand gelegen om een stamboom van Maria, zijn moeder te geven.

Alleen dit gegeven al zet ons aan het denken. Meer dan opvallend is het ook, dat Jezus zelf nooit een beroep heeft gedaan op een dergelijke wonderlijke geboorte. In alles wat hij zegt komt de maagdelijke geboorte niet voor. En zeer waarschijnlijk was het verhaal van de maagdelijke geboorte van Jezus aan de vroegste christelijke gemeenten onbekend. Eerst later begon het in het christelijke leven en geloof een rol te spelen.

Daar komt nog bij dat iemand als Paulus van Jezus zegt, dat hij geboren is uit een vrouw. Hij zegt dus niet, dat Jezus uit een maagd geboren is. Als Maria werkelijk (d.w.z. naar het lichaam) maagd geweest was bij de geboorte van Jezus, zou Paulus zich wel wat zorgvuldiger hebben uitgedrukt.

Ook verder noemt Paulus in al zijn brieven nergens die maagdelijke geboorte. En dat zou je wel verwachten, want in het leven van Jezus zou een dergelijke geboorte toch wel heel bijzonder zijn. Wat Paulus daarentegen wel zegt is, dat Jezus de mensen gelijk is geworden. In Hebreeën 2:17 (deze Hebreeënbrief is waarschijnlijk niet van de hand van Paulus) staat:

‘Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden …’

In alle opzichten: dat sluit toch een zo bijzondere geboorte, waaraan het zaad van een man, Jozef, niet te pas kwam, uit? Want zou Jezus maagdelijk geboren zijn (wat een afschuwelijke uitdrukking trouwens – alleen al vanwege die formulering zou je er niets van willen weten); zoals gewoonlijk zijn het dergelijke formuleringen die het eigenlijke geheim verborgen houden en ontoegankelijk maken!’, dan zou hij de mensen niet in alle opzichten gelijk zijn geworden.

Ook is het opmerkelijk: aan het slot van het geslachtsregister van Mattheus (Mattheus 1:16) staat:
‘Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.’

In een oud handschrift, de Syrus Sinaiticus, wordt deze tekst echter anders weergegeven. Daar staat:

‘…en Jozef met wie de maagd Maria verloofd was, verwekte Jezus die Christus genoemd wordt.‘

Dat er dus van de tekst uit Mattheus een andere, oude en dus betrouwbare versie bestaat is veelzeggend. Het is zelfs heel goed mogelijk, dat de versie van Syrus Sinaiticus de oorspronkelijke tekst is en dat de tekst zoals die nu in de Bijbel is opgenomen een latere bewerking is van een redacteur, die hem in overeenstemming met de groeiénde kerkelijke traditie wilde brengen.

Deze tekstvariant laat, samen met de andere hierboven genoemde gegevens, zien dat de ‘maagdelijke geboorte’ van Jezus niet zo duidelijk is als vaak wel gedacht wordt: althans als we onder de maagdelijke geboorte verstaan dat Jozef aan de verwekking van Jezus geen deel had.

Opvallend is verder, dat in de gnostische geschriften evenmin van een maagdelijke geboorte sprake is; zelfs wordt het daarin met zoveel woorden ontkend. Zo staat in het evangelie van Filippus:

‘Sommigen zeggen: “Maria is bevrucht door de Heilige Geest”. Ze dwalen. Ze weten niet wat ze zeggen. Wanneer is een vrouw ooit zwanger geworden door een vrouw?’

Ter verklaring van deze tekst: de Heilige Geest wordt gezien als een vrouwelijke gestalte. Hoe kan zij, de Heilige Geest, nu een andere vrouw bevruchten, is de gedachtegang waarmee dit evangelie de ‘maagdelijke geboorte’ afwijst.  Even verder staat in ditzelfde evangelie:

‘De Heer zou niet gezegd hebben: “Mijn Vader die in de hemel is” als hij niet ook nog een andere vader zou hebben; hij zou dan eenvoudig “mijn Vader” hebben gezegd.’

Deze redenering lijkt wel wat spitsvondig en is dat ook. Het is dan ook eigenlijk niet de bedoeling om met behulp van argumenten aan te tonen dat Jozef wel degelijk de vader van Jezus was. Want de term ‘maagdelijke geboorte’ slaat op een binnen de mysteriën geheim gehouden wijze waarop het huwelijk tussen Maria en Jozef voltrokken werd.

In bovenstaande spitsvondigheid klinkt dan ook vooral spot door over een manier van denken, die geen benul heeft van de mysteriën en daarom de term ‘maagdelijke geboorte’ letterlijk neemt, in de zin dat Jozef niet aan de verwekking van Jezus te pas is gekomen.

Het is hier niet de plaats om uitvoerig op die geheim gehouden voltrekking van het huwelijk tussen Maria en Jozef in te gaan: dat vergt een grondige en diepgaande kennis van de mysteriën. Daarom nu alleen dit: de conceptie van Jezus gebeurde op een wijze, dat Maria en Jozef zich daarvan niet bewust waren.

Dat lijkt voor moderne oren haast krankzinnig: hoe kun je je er niet van bewust zijn dat je een kind verwekt! Maar in oude tijden kwam het vaker voor dat de verwekking van een kind -en zeker van het eerste kind – gebeurde tijdens wat wel een tempelslaap (zeg maart een soort trance) genoemd wordt.

Daarom schrijft Emil Bock: ‘De plechtige omgeving van de tempel, de wonderbaarlijke lotsbeschikking en de heilige cultushandelingen, waardoor hun beider zielen bij hun echtverbond in hoger sferen werden gedragen, en tenslotte nog de behoedzame doordachte leiding van de priesters, voor wie juist dit huwelijk een bijzondere heilige aangelegenheid is: niets anders is nodig om over hun vereniging de beschuttende sfeer van de tempelslaap uit te spreiden’.

Die tempelslaap is eigenlijk een uittreding, vergelijkbaar op de manier waarop wij nog steeds elke nacht in onze slaap ons lichaam verlaten om in de geestelijke wereld ervaringen op te doen. Bij die uittreding van Jozef en Maria gedurende hun tempelslaap konden geestelijke machten op hen inwerken, en dus ook op het proces van de conceptie, dat gedurende die slaap plaatsvond.

Daarom kan gezegd worden dat het kind Jezus verwekt is door de Heilige Geest. Dat betekent dus niet buiten Jozef om, maar wel: in die vereniging zijn het geestelijke machten die op Jozef en Maria inwerken en deze conceptie begeleiden. ‘Maria en Jozef hebben het kind verwekt en ontvangen in een door de priesters over hen gebrachte tempelslaap, zoals deze in oeroude tijden gebruikelijk was’, zegt  W.F. Veltman in zijn boek ‘De spirituele werkelijkheid van het christendom’.

Voor wie weinig of niets van de mysteriën afweet – en dat zijn er in onze tijd velen, omdat de mysteriën, juist door theologen, stelselmatig werden (en worden) genegeerd als achtergronddecor waartegen de bijbelse verhalen zich afspelen – , klinkt dit misschien als heel wezensvreemd en moeilijk te vatten. Mijn eigen ervaring is dat, hoe meer zicht je krijgt op de mysteriën en op de wijze waarop zij werkten, des te vanzelfsprekerder het bovenstaande wordt.

Maar hoe zit het dan met de tekst Mattheus 1:18-20 waarin verteld wordt dat Jozef geen gemeenschap had met Maria? Die tekst luidt als volgt:

‘Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de Heilige Geest. Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest.’

Wanneer de conceptie van Jezus geschied was tijdens een tempelslaap kon Jozef ook niet weten, dat hij zelf de vader van dit pas verwekte kind was. Met andere woorden: de bovenstaande tekst sluit een onbewuste verwekking door Jozef gedurende een tempelslaap niet uit.

Maar bij de bovenstaande tekst speelt nog iets anders een rol. Er stond in het Oude Testament, in Jesaja 7:14, een tekst die later gelezen werd als een aankondiging van de geboorte van Jezus:

‘Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en hem de naam Immanuël geven.’

Deze tekst was oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws en werd in de derde eeuw voor Christus vertaald in het Grieks, een vertaling die de Septuaginta genoemd wordt. In deze tekst wordt het Hebreeuwse woord ‘almah’, dat ‘jonge vrouw’ betekent (een jonge vrouw kan maagd zijn maar hoeft dat niet te zijn), vertaald met het Griekse woord ‘parthenos’, wat ‘maagd’ betekent.

De theologen uit de eerste eeuwen zochten overal in het Oude Testament naar teksten waarmee zij zouden kunnen bewijzen dat Jezus de aangekondigde Messias was. Omdat de Septuaginta één van de standaardwerken werd waarop de theologen zich vaak baseerden (Grieks was immers in die dagen de wereldtaal, zoals het Engels dat nu is), en zij in bovenstaande tekst een aanduiding van de beloofde Messias lazen, moest Jezus wel maagdelijk geboren zijn, anders zou de voorspelling in Jesaja niet op hem slaan.

Dat is waarschijnlijk mede de reden, waarom hier door Mattheus een maagdelijke geboorte wordt gesuggereerd: deze tekst wil eigenlijk bewijzen dat Jezus de Messias is. Daarbij mogen wij ons afvragen, of deze woorden van de hand van de evangelieschrijver zelf zijn, of van de hand van een latere redacteur.

Slavenburg zegt in dit verband dat ‘het krampachtig zoeken naar schriftplaatsen om te bewijzen dat Jezus de Messias is, tot uitwassen kan leiden’. Hij spreekt dan ook over ‘valsheid in geschrifte’: de oude evangeliën werden door de latere redacteuren aangepast aan de theologische (kerkelijke) opvattingen van latere eeuwen. Het lijkt me niet ongepast ook in dit verband aan een dergelijke vervalsing van de oorspronkelijke tekst te denken.

Belangrijk in dit verband is ook het volgende: reeds in de voorchristelijke tijden was een bekend oerbeeld – of in de terminologie van Jung: een bekend archetype – het beeld van de Moedermaagd met het kind. In het tegenwoordige Chartres is een beeld gevonden van de ‘Virgo Paritura’, de Maagd die baren zal. Het was een houten beeld, opgesteld in een Keltisch heiligdom dat zich op de plaats van de huidige kathedraal bevond.

Het archetype dat door dit houten beeld uitgebeeld werd was de geboorte van de geestelijke mens in de gelouterde ziel. De gelouterde ziel wordt voorgesteld door een maagd, en het eerste begin van die nieuwe, geestelijke mens, door een kind. De mens (de ziel) baart dat kind, maar God verwekt het.

Het zal duidelijk zijn dat het archetype van de Moedermaagd met het kind in de kring van de mysteriën bekend was: de inwijding waarop de opleiding in de mysteriën uiteindelijk uitliep beoogde immers de geboorte van deze geestelijke mens – en niemand anders dan het goddelijke Zijn is de Vader, de verwekker van deze geestelijke mens.

In de kerk van de eerste eeuwen echter raakte dit gegeven steeds meer op de achtergrond en was op het laatst gewoon niet meer bekend: alle mysteriekennis werd immers uitgebannen. Vandaar, dat de diepere betekenis van dit symbool van de Maagd die een kind baart niet meer bevat, begrepen werd, en dat dit symbool naar zijn letterlijke betekenis werd opgevat.

Als van Jezus werd gezegd dat hij maagdelijk geboren is, mogen we dat dus opvatten naar zijn diepere betekenis: dat Jezus die hoge Christusgeest baarde, maar dat niet Jozef de vader van de Christusgeest was, maar God. Vandaar dat de Hebreeënbrief tot tweemaal toe (1:5 en 5:5) de woorden van Psalm 2:7 citeert:

‘Mijn Zoon zijt gij, heden heb Ik u verwekt.’

Behalve de Hebreeënbrief worden deze woorden ook nog eens geciteerd in Handelingen 13:33. Zij slaan op de Christusgeest die Jezus bij de doop in de Jordaan overschaduwde en vervulde. Toen vond de eigenlijke ‘maagdelijke geboorte’ van Jezus Christus plaats.

Daarom beginnen de schrijvers van het Johannes en het Marcus-evangelie hun evangelie niet met de geboorte van de mens Jezus, maar met de doop in de Jordaan. Wanneer je de term ‘maagdelijk geboren’ van deze diepere betekenis berooft en letterlijk opvat, is dat een ontwijding en bespotting van het eigenlijke geheim.

17 doop Heilige geest daalt neer William Brassey Hole
Bron: ‘Jezus van Nazareth.Esoterisch Bijbellezen’ van Hans Stolp

2 gedachten over “Jezus werd niet geboren uit een maagd, tekst van Hans Stolp uit ‘Jezus van Nazareth. Esoterisch Bijbellezen’.

  1. Team Spirituele Kerst Bericht auteur

    In symbolische zin is dat juist Eduard, maar niet in letterlijke zin. Jezus had een zeer specifieke opdracht die alleen hij kon vervullen: de Christuskracht verbinden met de aarde tot op het fysieke niveau. De mens die daar innerlijk aan toe is, kan Jezus navolgen, in die zin dat hij of zij de voorwaarden kan scheppen waardoor het christelijke inwijdingsmysterie zich kan voltrekken in zichzelf. Daardoor komt de individuele binding met de Christuskracht tot stand. Dit proces wordt stap voor stap besproken in het boek Spirituele Kerst: https://spirituelekerst.nl/boek-spirituele-kerst-bestellen/

Reacties plaatsen niet mogelijk.