Ds. Carel ter Linden over de geboorte van Jezus in zijn boek ‘Wat doe ik hier in godsnaam’

Carel ter Linden over Kerst.021Het lijkt mij hier de plaats stil te staan bij de gestalte van Jezus van Nazareth. Wat deze joodse man uitzonderlijk maakt is dat hij de kern van het geloof van zijn volk zodanig heeft verwoord en met zijn leven belichaamd, dat hij daarmee tot op de huidige dag tallozen in de wereld heeft geïnspireerd en hun de richting in hun leven heeft gewezen.

Door de zeldzame manier waarop hij het mens-zijn heeft vormgegeven, heeft hij zichtbaar gemaakt wat de roeping van de mens om ‘beeld van God’ te zijn, inhoudt. Hij deed dat ook door zijn gehoor via een verhaal een spiegel voor te houden, om hun daarmee te zeggen hoe het vooral niet moest, en hen voor een keuze te stellen.

Lucas vertelt in een van zijn verhalen rond Jezus’ geboorte, hoe diens ouders hun pasgeboren jongen naar de tempel brengen, waar een zekere Simeon hem in zijn armen neemt en van dit kind zegt:

Deze is gesteld tot een van en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken wordt … opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.

Nu zijn ‘geboorteverhalen’ in de Bijbel geen reportage van iemands feitelijke geboorte, maar een illustratie van de betekenis van iemands leven; het oude testament kent er verschillende. Zo’n verhaal kan daarom ook pas na de dood van de betrokkene worden geschreven, en als Lucas dit schrijft, is Jezus al vijftig jaar dood. Met de woorden die Lucas hier deze ziener in de mond legt, vat Lucas Jezus’ leven in één zin samen.

Hij zegt daarmee: wie de man van Nazareth ontmoette zag zich al gauw gesteld voor een keuze. Zijn leerlingen waren door hem geboeid en zij hebben zich aan hem gestoten. Hebben oog in oog met hem hun eigen falen ontdekt. Mar velen hebben zijn hand gegrepen, zijn opgestaan en een ander leven begonnen. Zij hebben ‘met vallen en opstaan’ door hem hun roeping, hun bestemming gevonden.

Zijn aanhangers hebben hem daarom ook naar een oude joodse titel, bestemd voor het volk Israël en zijn koning, ‘zoon‘ van God genoemd. Een titel waarmee de eerste christenen, die leefden onder een Romeins regime, met de nodige moed aangaven dat niet de keizer van Rome, die immers ook gold als een ‘zoon van God‘ – hun leidsman in het leven was, maar deze Jezus van Nazareth.

In de beide geboorteverhalen van Jezus – het ene is van Matteüs en de andere van Lucas,  wordt verteld hoe God zelf hem bij een aards meisje verwekt. De beide schrijvers willen hiermee zeggen dat deze mens voor zijn volk, ja voor de wereld als geheel, een god-send is geweest.

Zouden wij zulke verhalen letterlijk nemen, dan bemoeilijken wij het begrijpen aanzienlijk. dat kon nog in een tijd, waarin men geen onderscheid maakte tussen het diepzinnige verhaal en het daarin verhaalde gebeuren. Dat kunnen wij echter niet meer. Dan wordt Jezus in onze ogen een halfgod. Dan kan hij ook niet langer onze broeder, ons voorbeeld zijn: een halfgod kunnen we niet navolgen.

Het kerstverhaal en joden en moslims Carel ter Linden.022Wanneer wij Jezus losmaken van zijn joodse wortels en van de diepzinnige verteltrant van zijn dagen, gaat er van alles schuiven. Dan blokkeren wij ieder gesprek met het jodendom. Maar ook met de islam, die Jezus (daar ‘Isa‘ geheten) in ere houdt als een groot profeet, echter met de gedachte dat hij letterlijk ‘een zoon van God‘ zou zijn uiteraard niet uit de voeten kan.

Bron: Wat doe ik hier in godsnaam van dominee Carel ter Linden

zijn dagen