Rudolf Steiner over Kerst en antroposofie, gedeelten uit de voordracht ‘De geboorte van het aardelicht uit de duisternis van de kerstnacht’

In deze kerstnacht zou er in onze ziel binnen moeten stromen het diep-menselijk gevoel van liefde,  het gevoel dat tegenover alle andere krachten, machten en goederen van de wereld, het goed, de kracht en de macht der liefde het grootste, het krachtigste, het werkzaamste is.

In het hart, in de ziel, zou het diepe gevoel moeten ontstaan, dat wijsheid groots is, maar de liefde nog groter is. En zo sterk zou het gevoel van de macht, de kracht en sterkte van de liefde in onze harten moeten worden, dat er vanuit deze (alle) Kerstnachten iets kan overvloeien in al onze gevoelens gedurende de rest van het jaar, zodat we het gevoel moeten hebben: we moesten ons eigenlijk schamen, als we op een zeker moment iets zouden doen, wat niet bestaan mag, als we in de geest opzien naar die nacht, waarin we de almacht van de liefde in onze harten gevoelden.

Mogen alle momenten in het jaar zo verlopen, dat we ons niet hoeven te schamen voor het gevoel, dat in de kerstnacht door onze zielen stroomden`.

(…) Het hoogste in de hele wereld is de liefde; dat wijsheid groots is, waard om na te
streven, dat zonder wijsheid de mensheid niet bestaan kan, maar dat liefde iets veel groters is.
Diegene voelt eerst juist de Christus-impuls aan, die ook het hogere van der liefde tegenover de
macht, de sterkte en de wijsheid kan voelen, dat macht en kracht waardoor de wereld in stand
wordt gehouden, iets groots is.

(…)Zo gebeurt het in de Kerstnacht, als onze gedachten zich richten op de geboorte van het
kind Jezus, opdat in onze ziel in iedere Kerstnacht, door op te zien naar deze geboorte, het
begrip geboren kan worden van echte, ware liefde, een liefde die boven alles uitstijgt. En als
op de juiste wijze in de Kerstnacht begrip ontstaat voor deze liefde, als we de geboorte van
Christus vieren: het ontwaken van de liefde, dan kan van elk ogenblik dat we beleven iets
uitstralen dat we nodig hebben voor ons leven, opdat rijk gezegend mag worden, wat we elk
moment aan wijsheid rijker worden.

(…) Mogen wij ons verbonden voelen met het spirituele, waarnaar we in de Kerstnacht
verlangen, als naar de impuls, die dat brengen kan, waarnaar we als een hoog ideaal streven.
En als we ons in zulk een liefde verenigd weten, zodat ze binnenstromen kan uit een juist
begrip voor de Kerstnacht, dan zullen we bereiken, wat bereikt kan worden, door onze
Antroposofische Vereniging, door ons antroposofisch ideaal. We zullen, hetgeen bereikt moet worden, door samenwerking moeten bereiken, als een straal van de liefde van mens tot mens
bezit van ons neemt, waarover we onderricht kunnen worden, als we ons op de juiste wijze
wijden aan de betekenis van de Kerstnacht.

(…)Wanneer de Christus-impuls, waaraan de Kerstnacht ons op zo’n mooie wijze herinnert,
met steeds grotere sterkte en macht met steeds dieper inzicht in de mensheidsontwikkeling zal
ingrijpen. Dit zal immers alleen kunnen plaats vinden, als er zielen zijn, die deze impuls in
zijn volle betekenis begrijpen. Tot begrip hiervan behoort ook op dit gebied de liefde, die we
als het mooiste in de mensheidontwikkeling juist dan in onze ziel tevoorschijn kunnen roepen,
als we op deze avond of in deze nacht onze harten vervuld doen zijn van het kind Jezus, dat
van de overige mensheid verstoten, geboren in een stal, ons zinnebeeldig voor ogen wordt
gesteld: zo als het ware ‘van buitenaf’ in de mensheidsontwikkeling binnenkomend,
aangenomen door de eenvoudigsten van geest, door de arme herders.

Als we datgene, wat van dit beeld als liefde-impuls uitgaat, in onze ziel kunnen doen ontbranden, dan zullen we kracht ontvangen voor dat, wat we willen volbrengen en ook moeten volbrengen, om een bijdrage te leveren tot het bevorderen van de taak, die we ons gesteld hebben en die ons op antroposofische gebied het karma als diepe en essentiële taak heeft opgeleverd.

Bron: Rudolf Steiner, GA 143, Berlijn 24 december 1912. Die Geburt des Erdenlichtes aus der
Finsternis der Weihenacht   (Nederlands: De geboorte van het aardelicht uit de
duisternis van de kerstnacht.)