Karl von Eckartshausen over geboorte en wedergeboorte in ‘De wolk boven het heiligdom’

BESTEL DE WOLK BOVEN HET HEILIGDOM

(actieboek van 1 december 2017 tot 1 maart 2018: van € 13,00 voor € 8,50)

God werd mens om de mens tot God terug te voeren. De hemel verbond zich met de aarde om de aarde zijn oorspronkelijk karakter te hergeven. Maar teneinde deze goddelijke transformatie te kunnen doen plaatsvinden, is een algehele verandering, een volledig en absolute omkering en omzetting van ons wezen noodzakelijk. Deze verandering, deze omzetting, wordt wedergeboorte genoemd.

Geboren worden betekent eenvoudig een wereld binnentreden, waarin zinnen domineren, waarin wijsheid en liefde wegkwijnen in de handen van de persoonlijkheid. Wedergeboren worden betekent tot een wereld terugkeren, waar de geest van wijsheid en liefde regeert, waar de dierlijke mens volledig ondergeschikt is geworden.

De wedergeboorte is drievoudig; daar is ten eerste de wedergeboorte van ons verstand; ten tweede die van ons hart of van onze wil en ten derde de wedergeboorte van ons gehele wezen. De eerste en de tweede worden de geestelijke en de derde de stoffelijke wedergeboorte genoemd.

Vele vrome mensen, die God zoeken, zijn wedergeboren naar het verstand en naar de wil, maar slechts weinigen hebben de stoffelijke wedergeboorte gekend. Zij, aan wie dit gegeven is, hebben het alleen ontvangen, opdat zij dienaren van God zullen zijn in overeenstemming met de grote plannen en hoge bedoelingen en om de mensheid nader tot het geluk te brengen.

Mijn dierbare broeders, het is nu noodzakelijk, om u de ware orde van de wedergeboorte voor te leggen. God die alle kracht, wijsheid en liefde is werkt eeuwig in orde en harmonie. Hij die het geestelijke leven niet wil ontvangen; hij, die niet opnieuw uit de heer is geboren, kan de hemel niet binnentreden. De mens is door zijn ouders in erfzonde in het leven geroepen, dat wil zeggen, hij treedt het natuurlijke leven binnen en niet het geestelijke.

Het geestelijke leven bestaat in het liefhebben van God boven alles en uw naaste als uzelf. In deze tweevoudige liefde vindt het nieuwe leven zijn oorsprong. De mens verwekt in boosheid, in eigenliefde en in de dingen van deze wereld. Eigenliefde! Eigenbelang! Eigen bevrediging! Zo zijn de menselijke hoedanigheden van het kwaad. Het goede is in de liefde tot God en tot zijn naaste, in het kennen van geen andere liefde dan die tot de mensheid, geen belangen dan die ieder mens raken, geen ander genoegen dan het welzijn van allen.

Het is door zulke gevoelens, dat de geest van de kinderen van God verschilt van de geest van de kinderen van deze wereld. Om de geest van deze wereld te veranderen in de geest van de kinderen van God moet men wedergeboren worden en dit betekent: de oude mens afleggen en de nieuwe mens aandoen. Maar niemand kan wedergeboren worden, indien hij de volgende principes niet kent en in praktijk brengt, namelijk dat waarheid het doel van het geloof is en goedheid dat van onze werkzaamheid zowel als van onze afwezigheid van handeling.

Daarom, hij die wedergeboren wil worden, moet eerst weten, wat tot wedergeboorte behoort. Hij behoort dit te verstaan en over dit alles te mediteren en na te denken. Daarna behoort hij in overeenstemming met zijn kennis te handelen en het resultaat zal een nieuw leven zijn.

Waar nu het eerste nodige is om te kennen en onderwezen te worden in alles, wat tot wedergeboorte behoort, is een leraar of onderwijzer vereist, en als wij zo iemand kennen, is geloof in hem ook noodzakelijk, want van welk nut is een leraar, indien zijn leerling geen vertrouwen in hem stelt? Vandaar, dat het begin van wedergeboorte geloof in openbaring is.

De leerling moet beginnen te geloven, dat de heer, de zoon, de wijsheid van God is, dat hij in de wereld kwam om aan de mensen het geluk te brengen. Hij moet geloven, dat de heer alle macht heeft in hemel en op aarde, en dat alle geloof en liefde, al het ware en goede van hem alleen komt; dat hij de middelaar, de zaligmaker en bestuurder van de mensen is.

Wanner dit meest verheffende geloof in ons geworteld is, zullen wij dikwijls aan de heiland denken; onze gedachten, die op hem gericht zijn, zullen zich van binnenuit ontplooien en door zijn genade, die in ons terugwerkt, worden de zeven gesloten en geestelijke vermogens geopend.

De weg tot geluk. Verlangt u, mens en broeder, het hoogst mogelijke geluk te verwerven? Zoek naar geloof, wijsheid en liefde. Maar u zult die niet vinden behalve in eenheid en deze is de heer Jezus Christus, de gezalfde van God. Zoek dan Jezus Christus met al uw kracht, zoek hem uit de volheid van uw hart. Het begin van de verheffing van het hart is gelegen in de kennis van zijn leegte en uit deze kennis ontstaat de behoefte van een hogere macht hem te zoeken, in wie de aanvang van het geloof is. Geloof geeft vertrouwen, maar geloof heeft ook zijn groeiproces.

Eerst komt het historische geloof, dan het morele, dan het goddelijke en tenslotte het levende geloof. De progressie is als volgt. Het historisch geloof begint, wanneer wij erkennen – door historie en openbaring, dat er een mens geleefd heeft, die Jezus van Nazareth genoemd werd; dat hij een mens was, afgescheiden van andere mensen door zijn buitengewone liefde tot de mensheid, door het goede, dat hij daaraan schonk en door het leven, dat hij leidde; dat hij in één woord, de beste van alle mensen was en iemand, die niet alleen onze aandacht, maar al onze liefde vroeg.

Uit dit eenvoudige historische bestaan van Jezus zal het morele geloof zich ontwikkelen en de ontplooiing hiervan bestaat in het verwerven van kracht door onderzoek en oefening, zodat wij werkelijk behagen vinden in alles, wat door deze mens geleerd is; wij ontdekken, dat zijn eenvoudige leer vol wijsheid is en zijn onderwijs vol liefde; dat zijn bedoelingen jegens de mensheid eerlijk en waar zijn en dat hij vrijwillig de dood onderging terwille van de gerechtigheid.

Hier verandert natuurlijk en redelijk geloof in goddelijk geloof en wij beginnen te geloven dat Christus de mens-geworden God was. Uit dit geloof vloeit voort dat wij voor waar houden alles, wat wij nog niet verstaan, maar wat hij zegt ons te geloven. Door dit geloof aan de goddelijkheid van Jezus, door de algehele overgave aan hem en door getrouwe aandacht voor zijn wetten, wordt tenslotte dat levende geloof geboren, waardoor alles waarin wij tot nu toe louter geloofd hebben met het vertrouwen van een kind, in onszelf ontdekken als iets, dat door eigen ervaring bewaarheid is geworden en dat levende geloof, door ervaring beproefd, is de hoogste graad van alle.

Wanneer onze harten door het levende geloof Jezus Christus ontvangen hebben, is het licht der wereld binnen in ons geboren als in een nederige stal. Alles in ons is onzuiver, ingesponnen door de spinnenwebben van de ijdelheid, bedekt met de modder van de gevoeligheid. Onze wil is de os, die onder het juk van zijn hartstochten zucht. Onze rede is de ezel, die gebonden is door de halstarrigheid van zijn meningen, zijn vooroordelen, zijn dwaasheden. In deze armzalige en verwoeste hut, het tehuis van alle dierlijke hartstochten kan Jezus Christus door geloof in ons geboren worden.

De eenvoud van onze zielen is als de herders, die hun eerste offeranden brachten, totdat ten laatste de drie voornaamste machten van onze koninklijke waardigheid, onze rede, onze wil en onze werkzaamheid (de drie magiërs, zich voor hem ter aarde buigen en hem de geschenken van waarheid, wijsheid en liefde aanbieden.

Langzamerhand transmuteert de stal van onze harten zich in een uiterlijke tempel, waar Jezus Christus ons leert, maar deze tempel is nog gevuld met schriftgeleerden en farizeërs. De duivenverkopers en de geldwisselaars worden er nog in gevonden; deze moeten eerst worden uitgedreven en de tempel moet veranderd worden in een huis van het gebed.

Langzamerhand kiest Jezus Christus al de goede krachten in ons om hem aan te kondigen. Hij geneest onze blindheid, reinigt onze melaatsheid, wekt dode machten in ons op tot levende krachten; hij wordt in ons gekruisigd. Hij sterft en hij is glorierijk weer in ons opgestaan als de overwinnaar. Daarna leeft zijn persoonlijkheid in ons en onderricht ons in verheven mysteriën, totdat hij ons geheel gereed gemaakt heeft voor de volkomen wedergeboorte, waarna hij opstijgt naar de hemel en ons vandaar de geest van de waarheid zendt.

Bron: De wolk boven het heiligdom van Karl von Eckartshausen (zesde brief)