Aandacht voor ‘geboren worden’ en wedergeboorte in het nieuwe boek ‘Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood – een nieuwe mens worden’

De innerlijke betekenis van Kerst komt globaal aan bod in het nieuwe boek Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood van André de Boer en René Stevelink, boek 5 van de Spirituele teksten bibliotheek. Daarbij gaat het met name om hoofdstuk 2 (incarneren en aarde) en hoofdstuk 11 (geboorten verwelkomen). Hieronder volgt een gedeelte uit het tweede hoofdstuk.

In de eerste twee hoofdstukken van het Evangelie van Lucas kunnen we lezen dat de geboorte van Johannes en van Jezus allesbehalve gewoon was. Daarbij is het van belang te beseffen dat
verhalen in heilige geschriften over de geboorte van grote profeten of wereldleraren geen reportages zijn van hun feitelijke geboorte, maar vertellingen die tot uitdrukking brengen hoe vanaf het begin al duidelijk was dat het kind zou uitgroeien tot een invloedrijke persoon die een grote spirituele opdracht zou gaan vervullen. Ook zijn veel van zulke geboorteverhalen symbool voor de innerlijke geboorte die in onszelf kan plaatsvinden, en die uitgebreid besproken is in het boek Spirituele Kerst.

Over de Chinese wijze Lao Zi staat geschreven dat hij geboren werd uit de linkeroksel van zijn moeder. Bij zijn geboorte had hij volgens dat verhaal al grijs haar en liep meteen weg. De geboorte van Siddharta Gautama Boeddha was volgens oude geschriften ook een indrukwekkende gebeurtenis: alle werelden werden overvloeid van licht, blinden werden ziende, doven hoorden, lammen wandelden en gevangenen werden van hun ketenen bevrijd.

Jezus werd volgens de evangelist Lukas onder gezang van engelenkoren geboren in Palestina in een periode van bezetting door de Romeinen. Mozes kwam waarschijnlijk omstreeks het
jaar 1300 voor Christus ter wereld in een toestand van slavernij in Egypte. Zijn leven werd, evenals dat van Jezus, bedreigd door een kindermoord in opdracht van de koning. Daarom legde zijn moeder haar kwetsbare baby te vondeling in een biezen mandje bij de oever van de Nijl, waar de badende dochter van de farao hem vond en hem vervolgens adopteerde. Zij regelde de opvoeding en opleiding van Mozes aan het hof in Egypte.

Maria, Jozef en het kindje Jezus vluchtten naar Egypte om aan het geweld van koning Herodes te ontkomen. Later onderwijst Jezus zijn discipelen hoe zij kunnen terugkeren naar het verloren
vaderhuis. Mozes leidde het volk IsraëI door de Rode Zee en de woestijn tot de grens van Kanaän, het beloofde land. Mede daarom schrijft de joodse profeet Hosea namens God: ‘Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’ (Hosea 11:1)

Heilige geschriften kunnen op meerdere manieren juist worden begrepen. De meest voor de hand liggende interpretatie is de letterlijke en vaak dus historische. Velen hebben daar echter geen belangstelling voor omdat het gaat om gebeurtenissen uit lang vervlogen tijden die niet van belang zijn voor het leven hier en nu. Het is overigens zeer de vraag of het inderdaad gaat om historische verslagen, omdat de meeste schrijvers van bijbelboeken niet uit waren op geschiedschrijving maar op het overdragen van inspirerende ideeën.

Mensen van nu kunnen worden geraakt door bijbelverhalen van toen, als ze zichzelf daarin herkennen. De vraag of de verhalen historisch zijn of niet is dan niet relevant, omdat de teksten herkenning, hoop, moed en inspiratie schenken. De hervormer, filosoof, theoloog  en pedagoog Jan Amos Comenius (1592 – 1670) schrijft in dit verband in zijn boek ‘Unum necessarium’:

‘Iedere keer als een christen de heilige schrift leest, is het van het grootste belang er aandacht aan te schenken dat hij hetgeen hij erin vindt, niet beschouwt als iets dat buiten hem staat en hem niet aangaat, maar als iets dat zijn persoon betreft, die hij als in een spiegel ziet. Steeds moet hij zich in de plaats denken van degene over wie gesproken wordt, of deze nu vroom of goddeloos is. Steeds behoort hij alles wat hij hoort zeggen of ziet doen, op zichzelf toe te passen.’