6. Teksten en muziek Weihnachtsoratorium, Cantate 6 voor Driekoningen, 6 januari, Johann Sebastian Bach, Duits en Nederlands

Dit zesde deel van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach gaat over de wijzen uit het oosten die een licht hebben gezien, naar Jeruzalem reizen en spreken met Herodes. Dit vijfde deel bestaat uit elf gedeelten. Hieronder volgen per gedeelte achtereenvolgens steeds de Duitse tekst, de Nederlandse tekst en een toelichting (cursief).

54. Koraal, koor    

Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben,
so gib, dass wir im festen Glauben
nach deiner Macht und Hülfe sehn.
Wir wollen dir allein vertrauen;
so können wir den scharfen Klauen
des Feindes unversehrt entgehn.

Heer, als de trotse vijanden razen,
geef, dat wij in een vast geloof
naar Uw macht en hulp uitkijken.
Wij willen alleen maar op U vertrouwen,
dan kunnen wij aan de scherpe klauwen
van onze vijanden ongedeerd ontkomen.

De tekst benadrukt dat het om ons gaat: wíj geloven, vertrouwen en overwinnen. De trompetten zijn weer terug. Veel stijgende lijnen (‘Macht’, ‘Glauben’) en coloraturen (‘vertrauen’). Het koorwerk is fugatisch maar sluit af met een homofoon ‘nach dieser Macht und Hülfe sehn’.

55. Recitatief, tenor en bas, evangelist, Matteüs 2: 7     

Da berief Herodes die Weisen heimlich und erlernet mit Fleiß von ihnen, wenn der Stern erschienen wäre? Und weiset sie gen Bethlehem und sprach:

Herodes  
Ziehet hin und forschet fleißig nach dem Kindlein, und wenn ihr’s findet, sagt mir’s wieder, dass ich auch komme und es anbete.

evangelist
Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag, wanneer de
ster verschenen was. En hij zond hen naar Bethlehem en zei:

Herodes
Gaat heen en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij,
opdat ook ik Hem hulde kan bewijzen.

De valse Herodes (de bas) roept de wijzen op het kind te zoeken, met hoogte accenten op ‘zoek’ en ‘kind’, zodat hij het ook kan aanbidden.

56. Recitatief, sopraan    

Du Falscher, suche nur den Herrn zu fällen, nimm alle falsche List, dem Heiland nachzustellen; der, dessen Kraft kein Mensch ermißt, bleibt doch in sich’rer Hand. Dein Herz, dein falsches Herz ist schon, nebst aller seiner List, des Höchsten Sohn, den du zu stürzen suchst, sehr wohl bekannt.

Gij, valsaard, tracht maar de Heer te doden. Neem elke valse list te baat om de Heiland te vervolgen,  Hij, wiens kracht geen mens kan meten, blijft toch in veilige handen. Uw hart, uw valse hart is reeds  met al zijn listigheid, bij de Zoon van de Allerhoogste, die gij tracht ten val te brengen, zeer wel bekend.

Hier is het niet de alt die zich verdedigt tegen Herodes’ onechte motieven maar de sopraan als anonieme gelovige. ‘Dein falsches Herz’ beklemtoond door een gang van zeven tonen (septiemsprong) van a naar hoge g.

57. Aria, sopraan     

Nur ein Wink von seinen Händen
stürzt ohnmächt’ger Menschen Macht.
Hier wird alle Kraft verlacht!
Spricht der Höchste nur ein Wort,
seiner Feinde Stolz zu enden,
oh, so müssen sich sofort
sterblicher Gedanken wenden.

Slechts een wenk van zijn handen
stort de macht van machteloze mensen neer.
Hier lacht men om alle kracht!
Spreekt de Allerhoogste maar één woord
om de trots zijner vijanden te breken,
o, dan moeten terstond
de gedachten der stervelingen zich tot Hem
keren.

De sopraan vervolgt haar recitatief accompagnato middels een dansende aria met een spottende versiering op de trots (‘Stolz’) van de vijand Herodes. De spottende versieringen worden door de violen bevestigd.

58. Recitatief, evangelist, Matteüs 2:9-11     

Als sie nun den König gehöret hatten, zogen sie
hin. Und siehe, der Stern, den sie im
Morgenlande gesehen hatten, ging für ihnen hin,
bis dass er kam und stund oben über, da das
Kindlein war.

Da sie den Stern sahen, wurden sie hoch erfreuet
und gingen in das Haus und funden das Kindlein
mit Maria, seiner Mutter, und fielen nieder und
beteten es an und täten ihre Schätze auf und
schenkten ihm Gold, Weihrauch und Myrrhen.

Toen zij nu de koning gehoord hadden, gingen zij
op weg; en zie, de ster, die zij in het Oosten
gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en
stond boven de plaats, waar het kind was.

Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich en zij
gingen het huis binnen en vonden het kind met
Maria, zijn moeder, en vielen neer en aanbaden
het. En maakten hun schatten open en gaven
hem geschenken: goud, wierook en mirre.

Het evangelie vertelt verder over de reis van de wijzen begeleid door de ster. In de stal vinden zij Maria en Jezus, vallen voor Hem op de knieën (op een dalend akkoord) en geven hun geschenken.

59. Koraal, koor     

Ich steh an deiner Krippen hier,
o Jesulein, mein Leben.!
Ich komme, bring und schenke dir,
was du mir hast gegeben.
Nimm hin! es ist mein Geist und Sinn,
Herz, Seel und Mut, nimm alles hin,
und lass dir’s wohl gefallen.

Ik kniel aan uw kribbe neer
o Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U, Heer,
wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd’ en smart
bij U geborgen wezen.

De overgave en aanbidding van de wijzen slaat over op de hele gemeente: vol eerbied en bewondering knielen ook zij bij de kribbe.

60. Recitatief, evangelist, Matteüs 2:12     

Und Gott befahl ihnen im Traum, dass sie sich nicht sollten wieder zu Herodes lenken, und zogen durch einem anderen Weg wieder in ihr Land.

En van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren, trokken zij langs een andere weg naar hun land terug.

De wijzen keren niet  terug naar Herodes maar kiezen een ándere weg, duidelijk belicht door een hoge gis op ‘andere’. Dit is het laatste evangeliebericht uit het Weihnachts-Oratorium. De continuo speelt twee solistische maten ter afsluiting.

61. Recitatief, tenor     

So geht! Genug, mein Schatz geht nicht von hier,
er bleibet da bei mir,
ich will ihn auch nicht von mir lassen.
Sein Arm wird mich aus Lieb
mit sanftmutsvollem Trieb
und größter Zärtlichkeit umfassen;
er soll mein Bräutigam verbleiben,
ich will ihm Brust und Herz verschreiben.
Ich weiß gewiß, er liebet mich,
mein Herz liebt ihn auch inniglich
und wird ihn ewig ehren.
Was könnte mich nun für ein Feind
bei solchem Glück versehren!
Du, Jesu, bist und bleibst mein Freund;
und wird ich ängstlich zu dir flehn:
“Herr hilf!” so lass mich Hülfe sehn!

Gaat heen! Genoeg, mijn schat gaat niet van hier,
Hij blijft bij mij,
ik wil Hem ook niet laten gaan.
Zijn arm zal mij uit liefde,
zachtmoedig en met
grote tederheid omvatten;
Hij zal mijn bruidegom blijven;
ik wil Hem hart en ziel toewijden.
Ik weet het zeker, Hij heeft mij lief,
mijn hart bemint Hem ook innig
en zal Hem eeuwig eren.
Welke vijand zou mij nu,
bij zo’n groot geluk, kunnen kwetsen?
Gij, Jezus, bent en blijft mijn vriend,
en als ik angstig tot U smeek:
“Heer, help!” laat mij dan hulp ervaren!

Weer een combinatie van recitatief en aria na elkaar, nu door de tenor. De relatie tussen de ziel en Jezus wordt gereflecteerd. Hij spreekt over de liefde waarmee Christus in het hart van de gelovigen blijft wonen, gered van de bedreiging van Herodes. Die liefde is innig en zachtmoedig, zoals die van een bruidegom of goeie vriend.

62. Aria, tenor

Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken;
was könnt ihr mir für Furcht erwecken?
Mein Schatz, mein Hort ist hier bei mir.
Ich mögt euch noch so grimmig stellen,
droht nur, mich ganz und gar zu fällen,
doch seht! mein Heiland wohnet hier.

Nu kunt gij, trotse vijanden, schrikken.
Wat voor vrees kunt ge bij mij oproepen,?
mijn schat, mijn toeverlaat is hier bij mij.
Gij moogt u nog zo grimmig opstellen,
en dreigen mij geheel ten val te brengen,
ziet hier, mijn Heiland woont in mij.

De tenor vervolgt met een aria over de kracht van het geloof: de gelovige heeft de zekerheid dat God bij hem blijft.

63. Recitatief, kwartet solo     

Was will der Höllen Schrecken nun,
Was will uns Welt und Sünde tun,
da wir in Jesu Händen ruhn?

Wat kan de angst voor de hel nu doen.
Wat zal ons wereld en zonde doen,
nu wij in Jezus handen zijn?

Een vierstemmig recitatief ter voorbereiding van de finale (net als in de Matthäus Passion). In canon zingen de vier solisten over de overwonnen angst, “Nu wij in Jezus’ handen zijn”, klinkt de slotregel unisono.

64. Koraal, koor     

Nun seid ihr wohl gerochen
an eurer Feinde Schar,
Denn Christus hat zerbrochen,
was euch zuwider war.
Tod, Teufel, Sünd und Hölle
sind ganz und gar geschwächt;
Bei Gott hat seine Stelle
das menschliche Geschlecht.

Nu hebt ge wel gewroken
de horde vijanden;
Want Christus heeft gebroken
de weerstand van het kwaad.
Dood, duivel, zonde en hel
zijn totaal verzwakt.
Bij God is Zijn plek
van het menselijke geslacht.

Wederom, net als in deel 1, het passiekoraal ‘O Haupt vol Blut und Wunden’, nu echter als triomflied. Lijden wordt omgezet in jubelen, nu door Christus’ menswording de positie van heel de mensheid bij God verzekerd is. Niet alleen de koninklijke trompetten triomferen, ook de strijkers gaan tijdens de koraalregels niet met de stemmen mee maar houden hun eigen melodieën: iedereen maakt op zijn manier deel uit van de totale vreugde!