4. Teksten en muziek Weihnachtsoratorium, Cantate 4 voor nieuwjaarsdag, 1 januari, Johann Sebastian Bach, Duits en Nederlands

Dit vierde deel van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach gaat over het feest van de naamgeving en de besnijdenis van Jezus. Dit vierde deel bestaat uit zes gedeelten. Hieronder volgen per gedeelte achtereenvolgens steeds de Duitse tekst, de Nederlandse tekst en een toelichting (cursief).

36. Koor, koor

Fallt mit Danken, fallt mit Loben vor des
Höchsten Gnadenthron! Gottes Sohn will der
Erden Heiland und Erlöser werden. Gottes Sohn
dämpft der Feinde Wut und Toben.

Buigt u dankend, buigt u lovend neer voor de
genadetroon van de allerhoogste. Gods Zoon zal
de Heiland en verlosser der aarde worden. Gods
Zoon maakt een einde aan de woede en razernij
van de vijand.

Een openingskoor vol dank, lof en liefde voor (de komst van) de Verlosser. Alle dankwoorden worden centraal geplaatst door ze heel lang aan te houden of door ze te verlengen door het woord op een lange reeks tonen te zingen (coloratuur): ‘Loben’, ‘Gnade’, ‘Sohn’, ‘Heiland’, ‘Erlöser’.

37. Recitatief, evangelist, Lucas 2: 21     

Und da acht Tage um Waren, dass das Kind
beschnitten würde, da ward sein Name genennet
Jesus, welcher genennet war von dem Engel, ehe
denn er im Mutterleibe empfangen ward.

En toen acht dagen vervuld waren, en het kind
besneden zou worden, ontving Hij de naam Jezus,
die door de engel genoemd was, voordat Hij in de
moederschoot was ontvangen.

Het enige evangeliebericht in deze cantate: het mens geworden kind ontvangt de naam Jezus, op dit woord bereikt de melodie zijn hoogtepunt.

38. Recitatief met koraal, koorsopraan met recitatief bas

Immanuel, o süßes Wort!
Mein Jesus heißt mein Hort,
mein Jesus heißt mein Leben.
Mein Jesus hat sich mir ergeben,
mein Jesus soll mir immerfort
vor meinen Augen schweben.
Mein Jesus heißet meine Lust,
mein Jesus labet Herz und brust.

arioso sopraan
Jesu, du mein liebstes Leben,
meiner Seelen Bräutigam,
der du dich vor mich gegeben
an des bittern Kreuzes Stamm!

arioso bas
Komm! Ich will dich mit Lust umfassen,
mein Herze soll dich nimmer lassen,
Ach! So nimm mich zu dir!

recitatief bas
Auch in dem Sterben sollst du mir
das Allerliebste sein.
In Not, Gefahr und Ungemach
seh ich dir sehnlichst nach.
Was jagte mir zuletzt der Tod für Grauen ein?
Mein Jesus! Wenn ich sterbe,
so weiß ich, dass ich nicht verderbe.
Dein Name steht in mir geschrieben,
der hat des Todes Furcht vertrieben.

recitatief bas
Immanuel, o zoet woord!
Mijn Jezus is mijn toeverlaat,
mijn Jezus is mijn leven.
Mijn Jezus heeft zich aan mij gegeven,
mijn Jezus zal mij altijd
voor ogen staan.
Mijn Jezus is mijn lust,
mijn Jezus laaft mijn hart en mijn gemoed.

arioso sopraan
Jezus, Gij mijn liefste leven,
bruidegom van mijn ziel,
die zich voor mij heeft gegeven
aan de bittere dood aan het kruis!
Kom, ik wil U met liefde omvatten,
Mijn hart zal U nooit laten gaan,
Ach, neem mij tot U!

recitatief bas
Ook in het sterven zult U mij
de allerliefste zijn.
In nood, gevaar en tegenspoed
kijk ik U vol verwachting aan.
Wat zou uiteindelijk de dood mij voor angst
aanjagen?
Mijn Jezus, als ik sterf,
dan weet ik dat ik niet ten verderve ga.
Uw naam staat in mij geschreven,
die heeft de doodsangst verdreven.

Het eerste woord van het basrecitatief ‘Immanuel’ (God met ons) komt uit Jesaja 7:14 waar een jonge vrouw in een tijd van Godsverduistering haar zoon deze naam durft te geven als teken van geloof. Zo zal hij in staat zijn het kwade te verwerpen en het goede te kiezen. In Matteüs 1:23 wordt deze naam ook aan Jezus gegeven. Qua opzet, inhoud en sfeer hebben nr. 38 en 40 veel gemeen: een ernstig duet tussen bas (recitatief) en sopranen (koraal) mediterend over de liefde voor Jezus (en Zijn naam). Hier vertoond in de vorm van de overwinning van de angst voor de dood, de werkelijke betekenis van de naam Jezus. De tussenliggende echo-aria (nr. 39) werkt ditzelfde inhoudelijke thema uit.
In het laatste basrecitatief lossen de donkere mineur klanken van ‘Tod’ en ‘sterbe’ op in een stralend C-groot op het woord ‘verdreven’; de  overwinning op de dood.

39. Aria, sopraan en (antwoord)-sopraan     

Flöst, mein Heiland, flöst dein Namen
auch den allerkleinsten Samen
jenes strengen Schreckens ein?
Nein, du sagst ja selber nein!(Nein!)
Sollt ich nun das Sterben scheuen?
Nein, dein süßes Wort ist da!
Oder sollt ich mich erfreuen?
Ja, du Heiland sprichst selbst ja!(Ja!)

Mijn Heiland, boezemt uw naam
ook maar de allerkleinste kiem in
van zware schrik?
Nee, Gij zegt zelf nee!(Nee!)
Moet Ik voor het sterven terugschrikken?
Nee, Uw zoete woord is daar!
Of zal ik mij daarom verheugen?
Ja, Gij Heiland spreekt zelf ja! (Ja!)

In deze ontspannen aria adviseert de sopraan: ‘Schrik? Nee!’, ‘Verheugen? Ja!’ waar de woorden ‘nee’ en ‘ja’ soms door de hobo, soms door de menselijke stem geëchoed worden. Een soort spirituele dialoog tussen de gelovige ziel en het reddende Christuskind.

40. Recitatief met koraal, bas en sopraan in duet     

bas
Wohlan, dein Name soll allein
in meinem Herzen sein.
So will ich dich entzücket nennen,
wenn Brust und Herz zu dir vor Liebe brennen.
Doch Liebster, sage mir:
wie rühm ich dich, wie dank ich dir?

sopraan
Jesu, meine Freud und Wonne,
meine Hoffnung, Schatz und Teil,
mein Erlösung, Schutz und Heil,
Hirt und König, Licht und Sonne,
Ach! wie soll ich würdiglich,
mein Herr Jesu, preisen dich?

bas  
Welaan, alleen Uw naam moet
In mijn hart zijn.
Zo wil ik U in vervoering noemen,
Als mijn hart en ziel van liefde branden.
Maar lieve Jezus, zeg mij:
Hoe prijs ik U, hoe dank ik U?

sopraan
Jezus, mijn vreugde en zaligheid,
mijn hoop, schat en deel,
mijn verlossing, toevlucht en heil,
Herder en Koning, licht en zon,
Ach, hoe zou ik op waardige wijze
U, mijn Heer Jezus kunnen prijzen?

Nr. 38 gaat hier verder: de bas heeft het recitatief, de sopranen het koraal. Nu de angst voor de dood is overwonnen vragen beiden zich af hoe ze (de naam van) Jezus in hun hart kunnen sluiten (het hart waarin Jezus woont uit nr. 30 keert terug). De sopranen doen dit door de vele koosnamen voor Jezus in dank uit te spreken.

41. Aria, tenor     

Ich will nur dir zu Ehren leben,
mein Heiland, gib mir Kraft und Mut,
dass es mein Herz recht eifrig tut!
Stärke mich, deine Gnade würdiglich
und mit Danken zu erwerben!

Ik wil alleen tot eer van U leven.
Mijn Heiland, geef mij kracht en moed,
opdat mijn hart het naarstig doet!
Sterk mij, uw genade waardig,
en met dankzegging te verwerven!

De naam die toevlucht is in leven (en sterven) is hier alleen nog ‘Heiland’, dus de betekenis van Zijn naam. In deze vierstemmige fuga waar het thema achtereenvolgens door de eerste viool, tweede viool, cello en als laatste door de tenor wordt ingezet hebben stem en instrumenten gelijkwaardige partijen toebedeeld gekregen; hierdoor is het geheel sterk instrumentaal van karakter. De tenor maakt meditaties (d.m.v. coloraturen) op de kernwoorden ‘leven’, ‘kracht’, ‘genade’ en ‘dank’. De melodie en bezetting doen aan zigeunermuziek denken, om te benadrukken dat Jezus een mens is, van vlees en bloed, één van ons, en voor ons.

42. Koraal, koor     

Jesus richte mein Beginnen,
Jesus bleibe stets bei mir,
Jesus zäume mir die Sinnen,
Jesus sei nur mein Begier,
Jesus sei mir in Gedanken,
Jesu, lasse mich nicht wanken!

Jezus ticht nu mijn beginnen,
Jezus blijf mij steeds nabij,
Jezus beteugel mijn zinnen,
Jezus moet mijn enige begeren zijn,
Jezus moet in mijn gedachten zijn,
Jezus laat mij standvastig zijn!

De hoorns uit het openingskoor van dit deel zijn terug. Een meditatie op de Naam als slot: elke regel begint met ‘Jezus’, steeds gevolgd door intermezzi met triomfantelijke hoorns. De melodie van dit koraal komt niet uit de kerkelijke liedboeken; hoogstwaarschijnlijk is zij door Bach zelf gecomponeerd.

null

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *