Verhaal 28 december

 

De hoofdstukken 7 en 8 van het Aquarius Evangelie : Maria en Elisabeth worden onderwezen in een mysterieschool in Egypte

7 Aquarius Evangelie 2812De zoon van Herodes, Archelaus, regeerde in Jeruzalem. Hij was een zelfzuchtige, wrede koning ; eenieder die hem niet eerde, bracht hij ter dood. Hij riep de wijste mannen in een raadsvergadering bijeen en informeerde bij hen naar het kind, dat pretendent was naar zijn troon. De raad zei dat Johannes en Jezus beiden dood waren; toen was hij gerustgesteld.

Jozef, Maria en hun zoon waren in Egypte in Zoan, en Johannes was met zijn moeder in de heuvelen van Judea. Elihu en Salome zonden met spoed boodschappers om Elizabeth en Johannes te zoeken. Zij vonden hen en brachten ze naar Zoan. Maria en Elizabeth waren een en al verbazing over hun bevrijding.

Elihu zei : ‘Dat is niet zo vreemd, er bestaan geen toevalligheden; de wet regeert alle gebeurtenissen. Van oudsher af was het verordend dat jullie bij ons zouden zijn en in deze heilige school onderwezen zouden worden’.

Elihu en Salome namen Maria en Elizabeth mee naar de heilige grot dichtbij, waar zij gewend waren te onderwijzen. Elihu zei tot Maria en Elizabeth: ‘Gij moogt uzelf driemaal gezegend achten want gij zijt uitverkoren moeders van lang beloofde zonen. Gij zijt voorbestemd om in vaste rotsgrond een stevige eerste steen te leggen, waarop de tempel van de Volmaakte Mens zal rusten; een tempel die nimmer vernietigd zal worden.

Wij meten de tijd met cycli van eeuwen en de poort tot iedere eeuw noemen wij en mijlpaal in de reis van het ras. Een eeuw is voorbij, de poort tot een andere eeuw vliegt open bij de aanraking van de tijd. Dit is de voorbereidende eeuw van de ziel, het koninkrijk van Immanuël, van God in de mens.

En dezen, uw zonen, zullen de eersten zijn om het nieuws te vertellen, en het evangelie van welbehagen in mensen en vrede op aarde, te prediken. Een machtige arbeid wacht hen, want vleselijke mensen verlangen niet naar het licht, zij houden meer van de duisternis, en wanneer het licht in de duisternis schijnt, begrijpen ze het niet. Wij noemen deze zonen ‘openbaarders van het licht’, maar zij moeten eerst zelf dat licht bezitten alvorens ze het licht kunnen openbaren.

En gij moet uw zonen onderwijzen en hun zielen in vlam zetten met liefde en gerichtheid op het heilige doel, en hen bewust maken van hun zendingen voor de mensenkinderen.  Leert hen dat God en de mens één waren, maar dat door vleselijke gedachten en woorden en daden, de mens zichzelf van God losmaakte, zichzelf vernederde.

Leert hen dat de heilige adem hen weer één zou willen maken en harmonie en vrede weer herstellen. Dat alleen liefde ze weer één kan maken, dat God de wereld liefhad, dat Hij zijn Zoon in vlees kleedde opdat de mensen zouden begrijpen. De enige redder van de wereld is liefde, en Jezus, zoon van Maria, is gekomen om die liefde aan de mensen te openbaren.

Doch liefde kan niet openbaar worden tenzij haar weg is toebereid, en niets kan de rotsen klieven en liefelijke heuvels doen neerdalen en de valleien vullen en aldus de weg toebereiden, dan reinheid. Maar ‘reinheid in leven’ begrijpen de mensen niet, en dus: ook deze reinheid moet in vlees komen.

En gij, Elizabeth, zijt gezegend omdat uw zoon de vlees geworden reinheid is, en hij zal de weg voor de liefde recht maken. Deze eeuw zal slechts weinig van de werken van reinheid en liefde begrijpen, maar geen woord gaat verloren want in het boek van God’s geheugen staat elke gedachte en elk woord en elke daad, opgetekend.

En wanneer de wereld gereed is om te ontvangen, zie, dan zal God een boodschapper zenden om het boek te openen en uit zijn heilige bladzijden alle boodschappen over reinheid en liefde over te nemen.  Dan zal ieder mens op aarde de woorden in de taal van zijn geboorteland lezen en de mensen zullen het licht zien; zullen in het licht wandelen en zelf licht zijn.  En de mens zal weer in harmonie met God zijn’.

Wederom was Elihu met zijn leerlingen tezamen in het heilige bos en zei: ‘Geen mens leeft voor zichzelf, want ieder levend ding is door koorden aan ieder ander levend ding gebonden.  Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen liefhebben en geen wederliefde vragen.  Zij zullen andere mensen niet aandoen wat zij zelf niet wensen dat anderen hun aandoen.

Er zijn twee “zelven” – twee ego’s : het hogere zelf of ego, en het lagere zelf of ego.  Het hogere zelf is menselijke geest bekleed met een ziel, naar Gods beeld gemaakt. Het lagere zelf, het vleselijke zelf, het begeertelichaam is een afschaduwing van het hogere zelf, misvormd door de duistere ethers van het vlees.

Het lagere vlees is een waan en zal vergaan, het hogere zelf is God in de mens en zal niet vergaan. Het hogere zelf is de belichaming van waarheid, het lagere zelf is de omgekeerde waarheid en zij wordt leugen.

Het hogere zelf is rechtvaardigheid, mededogen, liefde en recht; het lagere zelf is wat het hogere zelf niet is. Het lagere zelf kweekt haat, laster, ontucht, moord, diefstal en alles wat leed brengt; het hogere zelf is moeder van de deugden en de harmonieën van het leven.

Het lagere zelf is rijk aan beloften, maar arm aan zegeningen en vrede; het belooft plezier, vreugde en bevredigende voordelen, maar geeft onrust, ellende en dood. Het geeft de mensen appels die mooie zijn voor het oog en aangenaam ruiken, maar hun klokhuizen zijn vol bitterheid en gal.

Als ge mij zou vragen wat ge zou moeten studeren, dan zou ik zeggen: uw “zelven”, uw ego’s, en als gij die goed bestudeerd zou hebben, en mij zou vragen wat daarna moet worden bestudeerd, zou ik weer antwoorden: uw zelven of uw ego’s.

Hij die zijn lagere zelf goed kent, kent de waan van de wereld, heeft kennis van de dingen die voorbij gaan; en hij die zijn hoger zelf kent, kent God en heeft kennis van alles wat niet kan voorbijgaan.

Driemaal gezegend is de mens die reinheid en liefde tot zijn werkelijk bezit heeft gemaakt.  Hij is verlost van de gevaren van het lagere zelf, en is zichzelf: zijn hogere zelf. De mensen zoeken bevrijding van een kwaad dat zij zien als een levend monster van de onderwereld.

En zij hebben goden die slechts vermomde demonen zijn, allen machtig, doch vol jaloezie, haat en begeerte, wiens gunsten moeten gekocht worden met kostbare offers van vruchten en van levende vogels, dieren en mensen.  En toch bezitten deze goden geen
oren om te horen, noch ogen om te zien, noch een hart voor medegevoel, noch de macht om te redden.

Dit kwaad is een mythe, deze goden zijn gemaakt van lucht en gekleed met schaduwen van een gedachte. De enige duivel waarvan de mensen moeten worden bevrijd, is hun eigen zelf – hun lagere zelf. Als de mens deze duivel wil vinden, moet hij binnenwaarts blik-
ken: zijn naam is “Zelf”.

Als een mens zijn redder wil vinden, dan moet hij binnenwaarts blikken, en wanneer de demon ‘Zelf’ onttroond is, zal de redder – liefde – worden verheven tot de troon van macht.  De David van het licht is reinheid, die de sterke Goliath van de duisternis verslaat, en de redder een plaats geeft op de troon.

CLICK FOR THE ENGLISH TRANSLATION

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *