Verhaal 2 januari

 

Hoofdstuk 40 van het Aquarius Evangelie. Jezus bespreekt het belang van rust, stilte en bezinning.

12 Aquarius Evangelie 0201

Vroeg in de morgen kwam Jezus weer om te onderwijzen en te genezen. Een onverklaarbaar licht straalde, alsof een machtige geest hem overschaduwde. Een magiër merkte dit op en vroeg hem vertrouwelijk van waar zijn wijsheid kwam en wat de betekenis van dit licht was. En Jezus zei:

Er is een stilte waarin de ziel haar God kan ontmoeten en daar is de bron van wijsheid, en allen die daar binnengaan worden in licht ondergedompeld, en worden vervuld met wijsheid, liefde en macht.

Vertel mij van deze stilte en dit licht, zei de magiër, opdat ik moge gaan en daar blijven.

En Jezus zei: De stilte is niet te omschrijven; zij is geen plaats, door muren omsloten of door steile klippen, noch bewaakt door het zwaard van de mens. De mensen dragen steeds de heilige plaats met zich mee, waar zij hun God kunnen ontmoeten. Het doet er niet toe waar men verblijft, op de top van een berg, in het diepste dal, op handelsmarkten, of rustig thuis; zij kunnen direct, te allen tijde, de deur wijd opengooien en de stilte vinden, het huis van God; het is in de ziel.

Een mens mag niet zo door zakelijke drukte, en het spreken en denken van mensen gehinderd worden en als hij geheel alleen door een diep dal of een nauwe bergpas gaat. En wanneer de last van het leven zwaar drukt, is het veel beter weg te gaan en een rustige plek te zoeken om te bidden en te mediteren.

De stilte is het koninkrijk van de ziel en kan niet door menselijke ogen worden gezien. Het gebeurt wel, dat, verblijvende in de stilte, fantoomvormen door het denken flitsen; maar zij zijn allen aan de wil ondergeschikt; de meesterziel spreekt en zij zijn verdwenen.

Wanneer gij deze stilte van de ziel zou willen vinden, dan moet gij zelf de weg daartoe bereiden. Alleen de reinen van hart kunnen hier binnengaan. En gij moet alle spanningen van het denken terzijde leggen, alle zakelijke zorgen, alle vrees, alle twijfel en alle bekommerde gedachten. Uw menselijke wil moet opgaan in de Goddelijke; dan zult ge komen tot bewustwording van heiligheid.

Gij zijt in de heilige plaats en gij zult op een levend altaar de kandelaars van God zien branden. En wanneer gij die daar ziet branden, schouw dan diep in de tempel van uw denken, en gij zult het geheel in gloed zien. Overal van het hoofd tot de voeten staan kandelaars, die er slechts op wachten dat zij door de vlammende toorts van de liefde ontstoken zullen worden.

En als gij alle kandelaren ziet branden, ziet dan goed toe en gij zult dan met de ogen van de ziel zien, hoe de wateren van de bron van de wijsheid komen aanstromen; en gij moogt drinken en daar toeven.

En dan scheuren de voorhangsels, en gij zijt in het heilige der heiligen, waar de ark van God rust, op welks deksel de troon van de genade rust. Vrees niet dit heilige gedeelte op te lichten; de tafelen van de wet zijn in de ark verborgen. Neem ze en lees ze aandachtig; want ze bevatten alle voorschriften en geboden die de mensen nodig zullen hebben.

En in de ark ligt de magische profetenstaf op uw hand te wachten; zij is de sleutel tot alle verborgen bedoelingen van het heden, van de toekomst en het verleden. En dan, voorwaar, is daar het manna, het verborgen brood des levens; en hij die hiervan eet, zal nooit sterven. De cherubim hebben deze kist met schatten goed bewaard voor iedere ziel, en al wie wil mag binnen gaan en het zijne vinden.

Kaspar hoorde de hebreeuwse meester spreken en hij riep uit: Voorwaar, de wijsheid van de goden is tot mensen gekomen.

En Jezus ging zijns weegs en in de heilige bossen van Cyrus, waar hij de menigten ontmoette, onderrichtte hij en genas de zieken.

Tekst:   Aquarius Evangelie, hoofdstuk 40

CLICK FOR THE ENGLISH TRANSLATION

2 gedachten over “Verhaal 2 januari

  1. Jes Jespers

    ´En gij moet alle spanningen van het denken terzijde leggen, alle zakelijke zorgen, alle vrees, alle twijfel en alle bekommerde gedachten. ´

    Ons word gezegd dat we het denken het zwijgen op te leggen. Als we het denken observeren dan kunnen we zien dat het meeste wat we denken noemen gewoon dagdromerij is. In ons denken dwalen we ergens in ruimte en tijd en zijn niet in het NU, waarvan gezegd wordt dat het NU ons verbind met de eeuwigheid. Het verleden behoort tot de tijd, de toekomst behoort tot de tijd, het NU behoort niet tot de tijd, het NU is de realiteit.

    Als we al onze aandacht schenken aan een spreker en niet al in de verdediging schieten terwijl de spreker nog spreekt zijn we goede luisteraars en missen we niets van wat er gezegd wordt. Om dat te kunnen moeten we de waarnemer, die we in wezen zijn, laten ontwaken om te zien. Ooit kreeg ik daarvoor de volgende spreuk aangereikt om me deze waarheid zo vaak als mogelijk is maar te herinneren:

    -Hij die hoort met het oor, wetende dat Hij hoort, is het Zelf. Het oor het instrument waarmee Hij hoort.
    -Hij die ziet met het oog, wetende dat Hij ziet, is het Zelf. Het oog het instrument waarmee Hij ziet.
    – Hij die ruikt met de neus,etc….
    -Hij die voelt met de huid, etc….
    -Hij die spreekt met de tong, wetende dat Hij spreekt, is het Zelf. De tong het instrument waarmee Hij spreekt.

    Overigens is het een bijzondere ervaring als je luistert naar jezelf als je spreekt.

    Reageren
    1. André de Boer Bericht auteur

      Goed dat je NU met hoofdletters schrijft Jes, want daarmee maak je duidelijk dat het gaat om het vlammende heden dat verbonden is met de eeuwigheid, een domein buiten ruimte en tijd. Er is ook een nu met kleine letters. Dat is gewoon het punt dat verleden en toekomst op de tijdlijn (de horizontale dimensie) met elkaar verbindt zonder dat er sprake is van een connectie met de eeuwigheid (de verticale dimensie).

      Bedankt voor het posten van die mooie spreuk!

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *