Beschouwing 31 december

 

Afscheid nemen van je leermeesters

31 december citaat.012

In een mensenleven zijn meerdere bijzondere momenten waarop een bepaalde ontwikkeling is afgerond en een nieuwe ontwikkeling begint. Ingrijpend zijn natuurlijk geboorte en dood. Andere mijlpalen zijn bijvoorbeeld voor het eerst naar school gaan, een opleiding afronden, voor het eerst gaan werken, op zichzelf gaan wonen, in het huwelijk treden, kinderen krijgen, scheiden en met pensioen gaan.

In al die perioden wordt het leven geleefd, worden lessen geleerd en komen er meerdere kwaliteiten tot ontwikkeling. Soms is vast te stellen dat een mens in zijn jeugd was als een bloem, en in zijn ouderdom als boeket.

Het kan een vers en stralend boeket zijn, maar ook een uitgebloeid en vervallen boeket. Maar dat is slechts de buitenkant. Die is altijd onderhevig aan verval. De binnenkant van de mens, het wezenlijke, is eeuwig, onvergankelijk en zoekt steeds naar mogelijkheden om zich grootser en machtiger te kunnen manifesteren in harmonie met het goddelijke scheppingsplan.

Zuivering

In ons leven lopen de dingen vaak heel anders dan we ons hadden voorgesteld of als we graag hadden gewild. Soms, als je terugkijkt op je leven, kom je nogal eens tot de ontdekking dat al je levenservaringen, hoe ingrijpend soms ook, hebben bijgedragen tot een bepaalde zuivering. En soms voel je aan dat bepaalde dingen gewoon móesten gebeuren om je in een bepaalde richting te krijgen of te behoeden…

De meeste ervaringen blijken achteraf vaak louteringen en zegeningen te zijn geweest ten behoeve van een groots doel. Alles in het leven had een spiritueel doel dat meestal achteraf kan worden vastgesteld: zuivering! Een bijzonder mysterie zich dan heeft zich dan voltrokken dat vooraf niet kon worden doorgrond: het leven zelf, met al zijn aspecten die soms zo ogenschijnlijk doelloos op  een mens afkomen, heeft de lagere mens ingewijd in hogere waarheden.

Zulke hogere waarheden kunnen onmogelijk in boeken of tempels worden gevonden, kunnen niet worden overgedragen door meesters of goeroes maar moeten door onszelf worden gevonden op die plaats waar we ze in eerste instantie niet verwachten en zoeken: in ons zelf. Ons Zelf (met een hoofdletter) ligt te wachten op ontdekking door ons zelf (met een kleine letter).

Richtlijnen

Om de mens bij te staan op zijn tweevoudige pad hebben er door alle tijden heen mysteriescholen bestaan waarin zowel persoonlijkheid als ziel worden onderwezen. Aan de persoonlijkheid worden in liefde de zuivere richtlijnen gegeven waaraan een sterfelijk mens kan voldoen, zoals bijvoorbeeld aanwijzingen van de Boeddha die Elihu noemt in het Aquarius Evangelie:

  • Als mensen u haten, sla er dan geen acht op; en gij kunt de haat van mensen doen verkeren in liefde en barmhartigheid en goede wil, en barmhartigheid is even wijd als alle hemelen.
  • En er is genoeg aan goeds, genoeg voor iedereen. Vernietig het slechte door het goede; maak door edelmoedige daden hebzucht beschaamd; maak door waarheid de kromme lijnen die de dwaling trekt, recht, want dwaling is slechts verminkte, verdwaalde waarheid.
    Hij die zichzelf overwint is groter dan hij die duizend man in de oorlog doodt.
  • Hij die zelf is, zoals hij meent dat anderen behoren te zijn, is een edel mens.
  • Vergeld hem die u kwaad doet met de zuiverste liefde en hij zal ophouden kwaad te doen; want liefde zal het hart van hem die liefde ontvangt net zo zuiveren als het hart van hem die liefde geeft.

In vele gedaanten kunnen soortgelijke richtlijnen worden gevonden in Heilige Taal van alle tijden. De mens op het spirituele pad zal de grote zuiverheid van deze richtlijnen herkennen en zich er spontaan naar willen richten. Want zij weerkaatsen het hoge leven van de ziel, en maken het mogelijk dat de geest zich verbindt met de ziel.

Maar van nature is een persoonlijkheid, evenals alle andere levende wezens van deze planeet, tot zijn laatste ademtocht gericht op zelfbehoud. Zelfbehoud is een noodzakelijke levenskracht die op het spirituele pad juist vaak diametraal tegenover de hogere principes van de ziel staan.
De mens ervaart het pad daarom soms als lang en vooral zwaar. Maar het onuitroeibare verlangen naar menselijke waardigheid en innerlijk leven blijft de mens voortstuwen op zijn weg.

Dagleven en nachtleven

Ook de innerlijke mens op weg naar volwassenheid kan niet zonder onderricht. De ziel maakt deel uit van de zielenwereld maar woont in het lichaam van de vergankelijke mens, is tot en met verbonden met alles wat zich in die mens afspeelt. En dat is nogal wat. Want zowel het dagleven als het nachtleven van de mens zijn een onafgebroken reeks van impressies en invloeden in de vorm van gedachten, gevoelens en daden.

Een mysterieschool is daarom veel meer dan een gebouw met een aantal muren, waarin zich bepaalde meesters ophouden en waarin alleen daartoe geschikte leerlingen worden toegelaten. Een mysterieschool is in de eerste plaats een krachtveld, een energieveld waarin Waarheid (met een hoofdletter) zich kan uitdrukken.

De mysteriën zijn van alle eeuwen en onaantastbaar. Wanneer Elisabeth, Johannes, Jezus, Maria en Jozef (die allen aspecten van onszelf zijn) worden onderwezen in de mysterieschool van Elihu en Salomé, dan wordt ons hier een bijzonder feit onthuld. Zowel persoonlijkheid als ziel worden in binding gebracht met het krachtveld van de Waarheid en ieder op hun eigen manier onderwezen en gevoed.

Voor de persoonlijkheid worden richtlijnen genoteerd in de vorm van Heilige Geschriften, waarneembaar voor de zintuigen. In de wereld verschijnen leraren als afgezanten en dragers van Waarheid in menselijke gedaanten. In de wereld worden Scholen opgericht zodanig dat de mensen binding kunnen maken met Waarheid en er zich in kunnen opheffen.

Maar de ziel heeft geen stoffelijke vorm van onderricht nodig, de ziel ademt in  Waarheid. Leeft uit Waarheid. Door de verbinding met de persoonlijkheid wordt haar letterlijk de “adem ontnomen” en daarmee de mogelijkheid zich te openbaren.

Het is niet moeilijk voor te stellen wat voor beschadigende invloeden aandoeningen als jaloezie, haat, kritiek, hebzucht hebben op zowel innerlijke als uiterlijke mens. Iemand die kritiek heeft, is op dat moment uitsluitend gericht op het onderwerp van zijn kritiek. De gerichtheid op het leven van de ziel is op dat moment volkomen toegesloten en naar het tweede plan gedirigeerd.

De ziel op haar beurt wordt daarom onderricht in het sturen van de persoonlijkheid. Het is de persoonlijkheid die van alles ontmoet in het dagelijks leven en gehouden is daarop te reageren.
En hoe gespleten is die situatie dikwijls: de mens op het pad streeft enerzijds naar de meest zuivere reactie die anderzijds lijnrecht ingaat tegen zijn eigen zelfbehoudende en ik-gerichte natuur!

Het onderricht van de ziel vindt voornamelijk plaats in de uren van de slaap: ‘De slaap van het lichaam is de nuchterheid van de ziel’, zo luidt een hermetische uitspraak uit de oudheid.  Afhankelijk van de gerichtheid van de persoonlijkheid, kan de ziel gedurende de nachtelijke uren zich losmaken van de persoonlijkheid en zich in binding stellen met haar ‘eigen gebied’.

Daar ontvangt de ziel raadgevingen en instructies hoe de persoonlijkheid het beste ‘over zichzelf kan worden getild’ om dienstbaar te blijven aan de ziel. In het dagleven kan de kandidaat op het pad die nachtelijke lessen aan de ziel opmerken in zijn eigen reacties op het leven van alledag.

De mysterieschool van de ziel is dan ook niet met ogen waar te nemen en niet met het verstand alleen te begrijpen. De school van de ziel openbaart zich in diegene die het spirituele pad daadwerkelijk gaat en leerling wordt van de ziel.

Specifieke energie

Als de ziel nog maar net in de mens geboren is, is zij kwetsbaar. Zij moet verzorgd worden en heeft voeding nodig. Die voeding bestaat niet uit stoffelijk voedsel of uit kennis maar uit een specifieke kracht die de betrokkene nog niet zelf kan aantrekken of vrijmaken maar die wel aanwezig is binnen mysteriescholen.

Jozef, Maria en Elisabeth met Jezus en Johannes, al die aspecten in onszelf, worden in de mysterieschool van Zoan ingewijd en gesterkt om het innerlijke werk te kunnen verrichten.
In hun ontwikkeling breekt een nieuwe fase aan. In het Aquarius Evangelie wordt gezegd dat zij na drie jaren van onderricht huiswaarts keren, maar niet naar Jeruzalem waar Archelaus, de zoon van Herodes, nog steeds heerst.

Want alhoewel de persoonlijkheid mede wordt onderricht, bieden de krachten daarvan nog steeds gevaren voor de ziel. Toch wordt de innerlijke kracht als gevolg van jarenlange toekering naar binnen voldoende sterk geacht want:

“Elihu zei: ‘Wij hebben het onze gezegd; het is niet nodig dat u hier nog langer vertoeft; de roep heeft geklonken; de weg is veilig, u kunt naar uw geboorteland  terugkeren’.”

CLICK FOR THE ENGLISH TRANSLATION

2 gedachten over “Beschouwing 31 december

  1. Jes Jespers

    De volgende zinsneden in deze beschouwing maken mij duidelijk waarom ik me soms afvroeg of ze bij de Rozenkruisers eigenlijk wel wisten ´waar Abraham de mosterd haalt´, nu begrijp ik dat, weliswaar bij dezelfde ´leverancier´ maar via de achterdeur. Hoe ik dat zie zal ik verderop nader toelichten.

    • Maar de ziel heeft geen stoffelijke vorm van onderricht nodig, de ziel ademt in Waarheid. Leeft uit Waarheid. Door de verbinding met de persoonlijkheid wordt haar letterlijk de “adem ontnomen” en daarmee de mogelijkheid zich te openbaren.
    • Het onderricht van de ziel vindt voornamelijk plaats in de uren van de slaap: ‘De slaap van het lichaam is de nuchterheid van de ziel’, zo luidt een hermetische uitspraak uit de oudheid. Afhankelijk van de gerichtheid van de persoonlijkheid, kan de ziel gedurende de nachtelijke uren zich losmaken van de persoonlijkheid en zich in binding stellen met haar ‘eigen gebied’.
    • Daar ontvangt de ziel raadgevingen en instructies hoe de persoonlijkheid het beste ‘over zichzelf kan worden getild’ om dienstbaar te blijven aan de ziel. In het dagleven kan de kandidaat op het pad die nachtelijke lessen aan de ziel opmerken in zijn eigen reacties op het leven van alledag.

    Waarom heb ik het over een achterdeur? Het klopt dat van ergens een nachtje over slapen een heilzame uitwerking uitgaat, je ervaart dat je vanuit een ruimer perspectief naar het vraagstuk waar je mee zat kunt kijken. Deze werking van ´ontvankelijkheid voor inzichten´ en daarmee sturing vanuit de ziel laat zich duidelijk vaststellen, maar vanwege de slaapconditie waarin dit plaatsvindt zie ik dit als een achterdeur.

    Wat is volgens mij de voordeur? De bron van inzichten die in diepe droomloze slaap kan doordringen in onze persoonlijkheid, kan ook bij vol bewustzijn worden geraadpleegd. Voorwaarde daartoe is dat je de persoonlijkheid met zijn denken bewust daarvoor buiten spel kunt zetten. Je brengt jezelf in een staat van beheerste aandacht, voorbij het denken dus. In deze stille staat weet je je de waarnemer, weet je dat je ziet, weet je dat je hoort en laat je geen enkele gedachte toe waar het denken´dat niets te doen heeft en zich al gauw verveelt´mee komt aanzetten. Je aandacht hou je gericht op de stilte.

    De mist die er was over waar je inzicht in wil hebben trekt vanzelf van lieverlee op en zonder dat je gedacht hebt ´weet´ je. De heldere stille en ontvankelijke bewustzijnsstaat waarin je jezelf brengt en je ´arm van geest bent´, noemt men wel sattva. In reacties op beschouwingen heb ik de nodige keren verwezen naar de spreuk uit de Bergrede: ´Zalig zijn de armen van geest want hun is het Koninkrijk der hemelen´. Mij is nu duidelijk waarom niet herkend werd wat ik bedoelde.

    De meeste mensen zijn er heilig van overtuigd dat je het denken niet kunt stil zetten, echter zodra je ergens aandacht aan schenkt valt het denken al even stil. Als je aandacht door iets geboeid wordt, bijvoorbeeld een spannende film, dan wordt er al die tijd dat je kijkt en geboeid bent niet gedacht. in een eerdere beschouwing in deze reeks is kort aan de orde geweest wat je kunt doen om de activiteit van het denken enigszins in te perken. Genoemd werd o.a. doen wat er gedaan moet worden en ook afmaken waar je aan begint. Hoe om te gaan met cirkelende gedachten, innerlijke conversaties, een liedje in je in je hoofd, etc. zijn niet besproken.

    Tot slot nog maar een komische uitsmijter over ´denken´.
    Voor een stafvergadering kwamen we bijeen in een zaaltje met uitzicht op een bos. Ik trof er mijn baas aan die intens naar buiten stond te staren. Ik zei tegen hem: ´Gerrit, wat sta je te doen man?´. ´Ik sta na te denken Jes´, antwoordde hij. Ik zei: ´Nadenken?, met jouw directeurs salaris word je betaald om vooruit te denken, nadenken moet je pas doen als je iets verkeerd gedaan hebt!´.

    Als je in het nu bent spreek en handel je spontaan, gelukkig voor mij kon mijn baas mij niet missen.

    Reageren
    1. André de Boer Bericht auteur

      Uitstekende aanvullling Jes. Natuurlijk dienen we zowel de voordeur als de achterdeur te gebruiken. Het gaat primair om het wakende leven. Als we in ons wakende leven niet wakker zijn, is de ziel dat ook niet in het slapende leven.

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *