Beschouwing 30 december

 

Je terugblik op het verleden

30 december citaat.011Aan het einde van elk jaar wordt er in de media uitgebreid aandacht besteed aan hoogtepunten en dieptepunten in het nieuws van dat jaar. We worden in woord en beeld mee teruggenomen naar vergleden en vergeten gebeurtenissen: “Och ja, dat was ook zo…dat was ik alweer vergeten.”

Onze zintuigen, de poorten naar ons bewustzijn, staan weer even open voor dat wat voorbij is. Niet voor iedereen is de behoefte tot terugblikken even groot, maar je zou kunnen zeggen dat terugblikken op zich een reinigende methode is die een verleden kan afsluiten en een nieuw begin kan inluiden.

Voor wat betreft het terugblikken op het wereldnieuws kan dat bijdragen aan het bewustzijn dat deze wereld van waan niet overeenkomt met de wereld die we innerlijk voor ogen hebben.
Vanzelfsprekend hoeven we zeker niet wereldvreemd te worden als het gaat om het innerlijke pad, integendeel.

De mens is zelfs op deze wereld geboren met het doel om het leven op aarde te doorleven en te ontdekken dat “dit het niet is” zodat we uit eigen besluit de weg terug zouden kunnen gaan. Als we onze tweevoudigheid en afgescheidenheid van het Licht beseffen, ontdekken we steeds duidelijker dat er talloze krachten aan het werk zijn om de terugkeer te belemmeren.

Teveel terugkijken op het uiterlijke verleden is er één van maar tegelijkertijd geldt dat, zo luidt de uitdrukking, ‘wie van het verleden niet wil leren, in de toekomst zal worden gestraft’.

De informatie die de mensheid in alle mogelijke vormen via de massamedia bereikt, is daar een ander voorbeeld van. Het is koning Herodes in een modern jasje. De wijzen van Zoan leren ons: als de mens bevrijd wil worden van de waan van deze wereld, moet hij zijn blik naar binnen richten.

Want wat helpt het de mens bij het volvoeren van zijn innerlijke opdracht als wij onze aandacht grotendeels bepalen bij het onverdraaglijke lijden van miljoenen mensen en dieren, dat we onmogelijk kunnen voorkomen? Of bij echte of niet-echte emoties van anderen waar we ook al machteloos tegenover staan?

Geen enkel mens waarin de nieuwe ziel geboren is, kan onverschillig staan tegenover het lijden van deze wereld. De eenheid van de ziel met alles wat leeft, maakt dat de ziel mee-lijdt. Dat is de natuur van de ziel, het kan niet anders. Maar voor de uiterlijke mens op het pad ligt dat anders.

De natuurlijke mens is van nature een zelfhandhaver die eigenlijk helemaal niets van eenheid moet hebben en van nature op zelfbehoud is gericht. Daarom staan de innerlijke en de uiterlijke mens zo vaak tegenover elkaar, zouden ze het liefst beiden een andere kant op gaan. En toch is het de uiterlijke mens die de leiding van de ziel moet leren aanvaarden, leerling moet worden van de ziel.

Het is zo, dat alles waar we onze aandacht op richten, groeit. Wat geen aandacht krijgt, verkommert. Als we willen dat de ziel in ons groeit, dan zullen we daar onze aandacht op moeten richten.

Dat betekent dat de uiterlijke mens het beste kan proberen zich zo min mogelijk via zijn zintuigen te verbinden met dingen die  “de ziel naar beneden trekken”. Dus door emoties te vermijden die het hart teveel ontroeren en uit koers brengen. De ziel is verbonden en is één met alles.

Op het spirituele pad is een bewuste medewerking en een steeds verdergaande zuivering nodig. Daarom worden Maria, Jozef, Elisabeth en de kleine Johannes en Jezus onderwezen in de mysterieschool van Elihu (betekenis: Jaweh is God) en Salomé (betekenis: vrede van Zion).

Hoe zou het anders kunnen zijn? Het leven op aarde was de inwijder en leermeester tot aan de geboorte van Johannes. Er gaat een andere fase in op het moment dat Jezus wordt geboren, dan is er nieuw onderricht nodig.

Innerlijk verbond

Er is een nieuw innerlijk verbond gesloten tussen de hogere en de lagere mens om samen de weg te gaan. De weg die leidt tot het allerhoogste verbond dat mogelijk is: het verbond Jezus met de Christus, waarbij Johannes als wegbereider tot aan de uiterste grens zijn leven hiervoor in dienst stelt.

Stapje voor stapje worden innerlijke en uiterlijke mens begeleid op hun weg. Beetje bij beetje worden zij door inzicht en raadgevingen voortgestuwd op het gezamenlijke pad, in wederzijdse afhankelijkheid.

Om deze bijzondere dubbel-weg te kunnen gaan, zijn er door alle tijden heen mysteriescholen geweest om zowel lagere als hogere mens te onderwijzen en te steunen in hun taak. Want hoe zou een sterfelijk mens de hoge opdracht van de Andere-in-hem kunnen begrijpen en zich hieraan dienstbaar maken?

Mensen kunnen de wereld van de ziel niet met hun stoffelijke ogen zien, met hun verstandelijke vermogens kunnen zij het niet begrijpen. Aan de hoge wetten van zieleleven kan door de persoonlijkheid nooit worden voldaan: het is niet zijn leven. De persoonlijkheid kan er hooguit naar streven met zijn hele inzet de kloof tussen hemzelf en het leven-van-de-ziel in hem zo klein mogelijk te maken.

Geest, ziel en persoonlijkheid

Het ligt in het Goddelijke Plan besloten dat de persoonlijkheid steeds meer gaat leven vanuit de krachten van de ziel waardoor een leven uit en door de Geest mogelijk wordt. Het gaat erom dat de mens drie openbaringen in zichzelf tot een eenheid smeedt: geest ziel en persoonlijkheid.

Geest, ziel en persoonlijkheid van de mens corresponderen met de drie-eenheid uit het christendom: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ook in andere wereldgodsdiensten komen triades voor. Zo wordt er in het hindoeïsme gesproken over de goden Brahma, Vishnoe en Shiva. Binnen het boeddhisme is er sprake van Boeddha, dharma en sanga waarbij het wel van belang is te beseffen dat diverse triades niet altijd op elkaar passen, dat ze ontstaan zijn vanuit een andere idee.

In hoofdstuk 9 van het Aquarius Evangelie bespreekt Salome in grote lijnen het goddelijke scheppingsproces dat heeft plaatsgevonden en nog steeds plaatsvindt, ook buiten de tijd:

‘Alvorens de werelden gevormd werden, waren alle dingen één, te weten: geest – universele adem. En geest ademde, en dat wat nog niet geopenbaard was, werd tot vuur en hemels denken; de Vader-God ; de Moeder-God.

En toen het vuur en het hemelse denken in vereniging ademden, werd hun zoon, hun eniggeboren zoon, geboren. Deze zoon is Liefde, die door de mensen de Christus wordt genoemd. Het hemelse denken noemen de mensen de heilige adem.

En toen de drie-enige God voortging met ademen, zie, zeven geesten stonden voor de troon. Dit zijn de Elohim, de scheppende geesten van het universum. En deze waren het die zeiden: ‘Laat ons een mens maken’, en deze mens werd naar hun beeld gemaakt.’

Wording van de mens

Het oeroude weten over de wording van de mens is in onze moderne tijd vanuit innerlijk weten uitgebreid beschreven door auteurs als Helena Blavatsky, Rudolf Steiner en Max Heindel. Daarin onderscheiden ze steeds zeven fasen die weer onderverdeeld zijn in zeven fasen, en die op hun beurt ook weer in zeven stadia zijn verdeeld.

Voor de mens op het spirituele pad is deze “terugblik” wel van belang als het gaat om de drie fundamentele vragen: wie ben ik, waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe. Want, zo staat in de klassieke Chinese wijsbegeerte ‘Tao Teh King’ van Lao Zi: ‘Wie het begin kent van het oorspronkelijke heeft de draad van Tao in handen’.

Daarom spreken Elihu en Salome ook over oude wijsheidsstromingen en religies in China, Chaldea, Egypte, Perzië en India. De universele wijsheidsleer kreeg gestalte in spirituele tradities die waren afgestemd op bewustzijn en de taak van de mensen in die betreffende tijdsperioden en streken op aarde.

Spirituele tradities verdorren, net als de hoogstaande culturen die de mensheid heeft gekend, meestal van binnenuit door geleidelijk binnensluipend gebrek aan aandacht voor het innerlijke. De bezielende kracht raakt zijn richtpunt kwijt en ebt langzaam weg.

Wat overblijft is niet veel dan meer over dan een uiterlijke vorm zonder werkelijke inhoud. Daarom zijn er steeds nieuwe spirituele impulsen nodig om de zich voortdurend ontwikkelende mensheid te stuwen tot bewustwording en vernieuwing.

Alles wat wijsheidsstromingen in de oudheid aan kracht, wijsheid en liefde hadden voortgebracht, is in het oorspronkelijke christendom samengebracht en vernieuwd. Ook binnen het christendom is na verloop van eeuwen veel veruiterlijking en verval opgetreden. Maar er zijn er altijd individuen en groepen geweest waarin de innerlijke religie werd gekend en beoefend, soms in het openbaar maar veelal in het verborgene.

Als je vanuit een innerlijk weten terugkijkt op de ontwikkeling van de mensheid, dan weet je ook waar je naartoe moet. Dat is niet uitsluitend op basis van kennis uit het verleden in het nu streven naar een hoog doel in de toekomst. Dat is vooral een afstemmen op Tao, op het Eeuwige, op dat wat tijd en ruimte overstijgt, maar het wel doorstraalt.

Bezinning op het verleden en de toekomst

Voor de mens op het spirituele pad helpt het zich geregeld te bezinnen op dat wat achter hem ligt en dat wat voor hem ligt. De mens heeft zijn denkvermogen, ook wel reflecterend vermogen, juist gekregen tot bewustwording! In alle mysteriescholen werd en wordt daarom bezinning en reflectie onderwezen. Dat hoeft niet speciaal rond de jaarwisseling. Dat kan elke dag.

In het geschrift De Gulden verzen van Pythagoras wordt dit als volgt aangeraden:

‘Laat niet toe dat de slaap uw oogleden sluit nadat u zich ter ruste hebt begeven. Totdat u met uw rede al uw daden van de dag hebt onderzocht. Waarin heb ik verkeerd gedaan, wat heb ik gedaan, wat heb ik nagelaten dat ik had moeten doen? Indien u bij dit onderzoek bevindt, dat u verkeerd hebt gedaan, berisp uzelf gestreng daarover. En indien u iets goeds hebt gedaan, verheug u dan.’

Max Heindel heeft de achtergrond van deze avondoefening, terugblik of retrospectie helder beschreven. Deze draagt eraan bij dat leringen werkelijk bezit worden van hart en hoofd.

Daarom zegt Elihu aan het einde van hoofdstuk 10 van het Aquarius Evangelie:

‘Nu is het zo, dat waarheid IS, maar niemand kent de waarheid totdat hij zelf waarheid is geworden. Waarheid is de kracht van God die als zuurdesem alles doordringt en verandert. Het kan al het levende omzetten in zichzelf, en wanneer al het levende Waarheid is, dan is ook de mens Waarheid’.

CLICK FOR THE ENGLISH TRANSLATION

 

3 gedachten over “Beschouwing 30 december

  1. Anne-Maria.

    Dank voor deze toelichting, waarover ik verder ga reflecteren.

    Veel zegen voor het nieuwe jaar, en veel dank voor al het gebodene !

    Reageren
  2. Jes Jespers

    Deze beschouwing kwam bij me over als een bord spaghetti. Ik had dan ook geen aanvechting om ook maar te proberen een mogelijke zienswijze er naast te zetten. Dat ik dat toch doe heeft rechtstreeks met het onderwerp ´stilstaan´ te maken.

    Ik breng geen rits grote namen mee om daar enige autoriteit aan te gaan ontlenen. De enige naam die ik laat vallen is Meister Eckhart, hij zegt ´Een bewust mens is hij die in stilte verblijft´. Meister Eckhart zegt ook: ´In bewustzijn moet niet anders werkzaam zijn dan enkel dat wat uitstroomt uit de bron van stilte´. Het enige wat ik hier doe is weer te geven wat mij vanuit de bron van stilte werd aangereikt.

    De tweeledigheid van de mens is als basis het goede uitgangspunt, met aan de ene kant het goddelijke eeuwig onveranderlijke aspect en anderzijds al wat tijdelijk aan de mens is. De hele schepping is een uitdrukking van bewust zijn waar van de verschillende vormen zo mooi wordt gezegd:
    • In stenen slaapt het bewustzijn
    • In planten ademt het bewustzijn
    • In dieren droomt het bewustzijn
    • In mensen ontwaakt het bewustzijn.

    Wij mensen zijn dieren met het vermogen om te ontwaken. Zodra we wakker worden uit onze slaap menen wij mensen al ontwaakt te zijn, terwijl we dan volkomen mechanisch (geïdentificeerd) datgene wat we moeten doen, doen op de wijze zoals ons dat geleerd is, tot zelfs het aanroepen van een godheid toe. Honden doen precies zo naar hun natuur en conditionering.

    Ontwaken begint pas als we niet alles meer voor zoete koek aannemen en ons gaan afvragen:´Wie ben ik eigenlijk?´, ´Wat moet ik hier?, waar kom ik vandaan? Waar moet ik naartoe? Waar word ik wel gelukkig van?, wat is de zin van dit leven?´, en wat al niet meer een mens zich kan afvragen en tot bezinning/bij zinnen brengt en zo tot inkeer, het begin van het opdoen van zelfkennis.

    Cruciaal voor het proces van ontwaken is een goed begrijpen van de rol van aandacht. In de tekst wordt opgemerkt dat aandacht voedsel is dat doet groeien, dat is op zich waar. De bewustzijnstoestand waarin de aandacht gegeven wordt is echter bepalend voor wat er gebeurt. Je kunt, als je ontwaakt en dus bewust bent, beheerst je aandacht aan iets schenken. In deze staat blijf je gewaar wat er in de omgeving gebeurt, een klok die tikt, en wat het aan gedachten en gevoelens in je oproept. Je blijft echter meester over je aandacht.

    In het dagbewustzijn waarin je nog geïdentificeerd bent, kan er slechts sprake zijn van aandacht die gevangen wordt door het object van waarneming. In deze staat van gevangen aandacht kun je in concentratie best productief zijn, doch al dagdromend kunnen er ongelukken gebeuren. In een staat van identificatie, identificeer je je naast dat jij denkt de denker te zijn ook nog met wat je denkt en zo kan het gebeuren dat je ongewild, alleen door je aandacht te verliezen aan je denken, dat je van een mug een olifant maakt, of van een idee een angst voor vliegen of spinnen.

    Ontwaken is het meester worden over je aandacht. Beheerste aandacht stelt je in staat om toe te kijken wat er in het mentale bewustzijn qua denken en voelen omgaat en daarmee uitstekend gereedschap om je identificaties aan de hand van je reacties te zien en zo de valse identiteiten in je ego te ontmaskeren. Het bewustzijn komt daarbij voor je vrij uit de vorm waarin hij gevangen zat.

    Reageren
    1. André de Boer Bericht auteur

      Jes, naar aanleiding van deze reactie van jou heb ik de beschouwing nog eens doorgelezen. Er lopen inderdaad meerdere draadjes door elkaar. Dus in die zin kan ik begrijpen dat je de tekst als een bord spagetti ervaart. Voor sommige mensen is dat hun lievelingsgerecht.

      Ik ben het helemaal eens met je betoog. Meester worden over de aandacht is essentieel. Als het lukt om de aandacht enigszins bewust te sturen is de volgende vraag: waar wordt die aandacht op gericht? Zodra we die vraag koppelen aan het evangelie, dat in in dit online-programma centraal staat, komen we uit bij Johannes de Doper. Hij gaat de paden recht maken voor zijn heer. Eén van de taken van de Johannes-in-ons is aandachtig leven. Als die voorbereiding tot stand is gekomen, kan het proces van innerlijke vernieuwing zich voortzetten.

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *